Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken

Buitengewoon Limburg: Meer investeren in mobiliteit betekent minder uitstoot en minder fles

Deel: LinkedIn

Het Belang van Limburg | Interview met Lydia Peeters, Lijsttrekker Vlaams Parlement, en Marino Keulen, 2de plaats Vlaams Parlement

Limburg staat voor heel wat uitdagingen op vlak van mobiliteit. Wat is voor jullie de belangrijkste?

Marino: “Zonder twijfel de Noord-Zuidverbinding. Hier wordt nu al decennia over gepalaverd, zonder grote doorbraken. Nochtans is dit een cruciale mobiliteitsas in onze provincie die er moét komen. Gelukkig zijn de afgelopen jaren de geesten eindelijk gerijpt. Alle tracés liggen opnieuw op tafel en er is nu een consensus om het dossier te behandelen als een ‘complex project’. Dat wil zeggen dat alle beslissingen en inspraakmomenten worden gebundeld om er vaart achter te zetten. Alle actoren, van werkgeversorganisaties tot milieubewegingen, worden ook betrokken. Zo kan er een breed draagvlak ontstaan voor de gekozen oplossing. En ook Spartacus lijn 2 tussen Hasselt, Genk en Maasmechelen mag niet vergeten worden.”

Zowel de Noord-Zuidverbinding als Spartacus lijn 2 kampen met vertragingen. Hoe kunnen we meer vaart zetten?

Lydia: “Het is natuurlijk zo dat grote infrastructuurwerken per defnitie zeer complex zijn en op veel weerstand kunnen botsen. Dat komt onder meer door het gebrek aan open ruimte om eenvoudig uit te breiden, tegenstrijdige belangen en wisselende visies. Het is goed dat er bij elk project wordt gezocht naar een zo breed mogelijk draagvlak, maar dat vergt tijd. We moeten ook vaak de valse tegenstelling tussen economische vooruitgang en ecologie overbruggen. Door juist te investeren in een betere mobiliteit helpen we de uitstoot te verminderen en de fles aan te pakken.”

Benutten wij het Albertkanaal genoeg? Op het water kennen ze weinig file…

Marino: “Wel, we scoren in Limburg eigenlijk zeer goed wat betreft logistiek via het water. Bijna elke brug over het Albertkanaal is verhoogd tot de Europese minimumhoogte van 9m10 om vierlagig containervervoer toe te laten.”

Lydia: “Er werd ook een nieuw watergebonden bedrijventerrein op de site van de voormalige Ford-fabrieken in Genk door De Vlaamse Waterweg gerealiseerd. Een vlotte logistiek via water, daar zit muziek in. Daar kunnen we hier in Limburg nog jobs mee creëren.”

Er wordt vaak beweerd dat Limburg te weinig investeringsmiddelen krijgt van de Vlaamse overheid voor wegen en openbaar vervoer. Slaan de Limburgers wel hard genoeg op tafel in Brussel?

Lydia: “Ik denk dat onze Limburgse liberale volksvertegenwoordigers juist zeer hard aan de kar trekken. Met resultaat. Zo kwamen er spitsstroken op de E313 en E314. Wat ons betreft mogen dit volwaardige derde rijstroken worden. Daar hebben de Limburgers recht op. De afgelopen jaren is er ook een inhaalbeweging gemaakt inzake openbaar vervoer. Het station van Hasselt wordt vernieuwd, het spoor tussen Mol en Hamont wordt geëlektrificeerd en op termijn volgt de realisatie van de spoorlijn tussen Neerpelt en Hasselt.”

Marino: “Ook op het vlak van busvervoer komt er schot in de zaak. Vanaf 2020 wordt Limburg één vervoersregio en krijgen de burgemeesters eindelijk macht over waar de bussen van De Lijn rijden. De tijd dat in Brussel werd bepaald welk busaanbod er is, behoort dan tot het verleden. De burgemeesters zullen met hun lokale ervaring de vervoersplannen uittekenen. Een belangrijke stap vooruit voor iedereen die in onze provincie de bus neemt! Ook de verbinding tussen Maastricht en Hasselt, Spartacus lijn 1, staat opnieuw op de rails. Tegen 2024 moet de sneltram tussen beide provinciehoofdsteden rijden.”