Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken

Implementatie decreet Basisbereikbaarheid loopt vertraging op

Deel: LinkedIn

Sinds de goedkeuring van het decreet Basisbereikbaarheid kiest de Vlaamse overheid voor een vraaggestuurde mobiliteit op vier niveaus (treinnet, kernnet, aanvullend net en vervoer op maat). De uitvoering hiervan op het terrein is een enorme uitdaging. Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken Lydia Peeters werd aan het begin van de legislatuur geconfronteerd met problemen in het dossier zodat de timing van eind 2020 onmogelijk wordt. Daarom stelt ze voor de timing uit te stellen met één jaar.

Op 18 december 2015 werd de conceptnota Basisbereikbaarheid goedgekeurd door de Vlaamse regering. Pas 4 jaar later op 3 april 2019 volgde de goedkeuring in het Parlement. Het decreet verscheen in het Belgisch Staatsblad van 12 juni 2019 en ging in voegen op 22 juni 2019.

In de initiële timing was voorzien dat de 15 vervoersregio’s in het voorjaar van 2019 klaar zouden zijn met de opmaak van hun vervoersplannen. Al snel werd duidelijk dat deze timing niet haalbaar was.

De vervoersregio’s zijn met vertraging opgestart en de gunningsprocedure voor de aanstelling van studiebureaus, die belast is met de opmaak van de vervoersplannen, kende vertraging. Tevens werd de voorziene benchmark van De Lijn verlaat en zijn er nog tal van uitvoeringsbesluiten nodig. Daarnaast gaven ook de vervoersregio’s dit signaal. Vier vervoersregio’s vroegen bij monde van hun voorzitter reeds uitstel en van 12 vervoersregio’s stelde het begeleidende studiebureau mijn administratie in kennis dat de timing niet haalbaar is. Enkel Leuven en Antwerpen (proefproject) zitten als regio op schema.

Daarom dat minister Lydia Peeters kort na haar aantreden de opdracht gaf aan het departement MOW om in kaart te brengen wat er allemaal nodig is opdat het decreet basisbereikbaarheid kan geïmplementeerd worden op het terrein, inclusief een timing. Op basis van deze oefening trok minister Lydia Peeters de conclusie dat de oorspronkelijke timing van implementatie begin 2021 onhaalbaar is.

Op basis van de oefening van het departement MOW blijkt dat een implementatie ten vroegste mogelijk is begin 2022 maar de uitdaging blijft groot.

De vervoersregio’s zijn hard aan het werk om hun openbaar vervoerplan zo snel als mogelijk af te hebben. Het gaat om een participatief traject waarin de nodige inspraak wordt voorzien. Tevens wordt elk lokaal bestuur gehoord. Het voorstel is dat alle gemeenteraden ten laatste in juni 2020 de vervoersplannen goedkeuren. Pas na deze goedkeuring kan de Lijn aan de slag om dit om te zetten in een aangepast systeem voor het kernnet en het aanvullend net. De Lijn heeft hier ook één jaar voor nodig ( medio 2021).

Bovendien zijn er nog aan aantal fundamentele onderdelen van het decreet basisbereikbaarheid die wachten op uitvoering. We denken hier aan de mobiliteitscentrale die omwille van haar schaal en complexiteit uniek is en waaromtrent nog de hele procedure dient opgestart te worden. Deze zal wellicht pas in het voorjaar 2021 worden getest. De geplande omschakeling moet ook afgestemd worden met de NMBS waar de treinroosters elk jaar in december wijzigen. Ook de benchmark van De Lijn, die optreedt als interne operator van het kernnet en aanvullend net, dient nog opgestart te worden en zal wellicht pas afgerond zijn tegen eind 2020.

Kortom, er ligt nog veel werk op de tafel en daarom beslist Vlaams minister Lydia Peeters om de timing van de implementatie van basisbereikbaarheid met één jaar uit te stellen, zoals ze zonet heeft verklaard in de Commissie Mobiliteit en Openbare werken in het Vlaams Parlement.