Vlaams minister van Financiën, Begroting en Energie
Lijsttrekker Vlaams Parlement voor Limburg

Overschot op Vlaamse begroting van 390 miljoen euro

Deel: LinkedIn

Het eerste uitvoeringsrapport van het monitoringcomité geeft aan dat de Vlaamse begroting in 2018 een overschot boekt van 389,5 miljoen euro ten opzichte van de structurele evenwichtsdoelstelling. Vlaams minister van Begroting Lydia Peeters is tevreden: “De besparingen in het begin van deze legislatuur werpen nu al enkele jaren hun vruchten af. Hierdoor kunnen we volop inzetten op bijkomende investeringen in zorg, onderzoek en ontwikkeling en infrastructuur.”

In 2016 engageerde de Vlaamse regering zich ertoe om vanaf 2017 jaarlijks een begroting voor te leggen die structureel in evenwicht is. In 2017 werd die doelstelling al ruimschoots bereikt, met een overschot van 470,3 miljoen euro.

Ook voor 2018 verwachtten de rapporten van het monitoringcomité eind vorig jaar dat het structurele evenwicht opnieuw zou gehaald worden. Nu toont ook het voorlopig uitvoeringsresultaat een ruim overschot van 390 miljoen euro ten opzichte van de doelstelling. Belangrijke elementen ter verklaring van het overschot zijn de extra ontvangsten uit Vlaamse opcentiemen op de personenbelasting (+103,1 miljoen euro), de extra ontvangsten uit erfbelastingen (+98,6 miljoen euro), een hoger dan ingeschatte globale onderbenutting van de kredieten (+120 miljoen euro), en een beter dan verwacht resultaat van de hogescholen en universiteiten (+53,4 miljoen euro).

Voor Vlaams minister van Begroting Lydia Peeters is dit begrotingsoverschot een goede zaak: “De Vlaamse begroting is na enkele moeilijke jaren terug op orde gezet. We houden als Vlaamse regering dus woord. Dankzij de besparingen in het begin van de legislatuur zitten we sinds 2017 budgettair mooi op schema. Dit overschot van 390 miljoen euro gaat integraal naar schuldafbouw. We dringen zo de Vlaamse schuld terug en respecteren ook de Vlaamse schuldnorm. Tegelijk zetten we verder in op bijkomende investeringen in zorg, onderzoek en ontwikkeling en infrastructuur.”