Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken

Vlaamse regering kiest voor Inno-V om benchmark De Lijn uit te voeren

Deel: LinkedIn

In het decreet Basisbereikbaarheid werd bepaald dat De Lijn een benchmark moet doorstaan om ook in de toekomst als interne exploitant te kunnen opereren. Die benchmark is een vergelijking met internationale (private) aannemers. Inno-V wordt nu door de Vlaamse regering aangesteld om de deze uit te voeren. Inno-V is een onafhankelijk adviesbureau voor mobiliteit, gespecialiseerd in openbaar vervoer, multimodaal reizen en marktwerking. Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld): “De Lijn moet zich bewijzen via deze benchmark, maar ik heb er vertrouwen in dat de vervoersmaatschappij dit goed zal doorstaan. Deze benchmark kan De Lijn een boost geven, een goed rapport geeft altijd energie. De conclusie van de benchmark verwachten we in het najaar van 2020”.

De Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn is momenteel de interne operator van het openbaar vervoer, zeg maar de trams en bussen, in Vlaanderen. Dat geeft haar de facto een monopolie. In de vorige legislatuur werd er afgesproken binnen de Vlaamse regering dat De Lijn een vergelijkende studie moet doorstaan als ze de status van interne exploitant wil behouden waardoor dit decretaal verankerd werd.

Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters: “Als De Lijn ook na 2020 haar monopolie wil behouden, dan zal ze de vergelijking met private aannemers moeten doorstaan. Als ze slaagt, zit ze tot 2030 veilig. Lukt dat niet, dan verliest de vervoersmaatschappij haar status en kan ze worden vervangen door een of meerdere aannemers. Tijdens de coronacrisis heeft De Lijn haar engagement naar de bevolking toe duidelijk 'in the picture' gezet, zo bleef zij gedurende de hele lockdown uitrijden. In dialoog met chauffeurs en technisch personeel hebben we steeds gekeken wat werkbaar was. Die positiviteit van de afgelopen maanden hoop ik ook duidelijk in de studie terug te vinden”.

De benchmarkstudie die wordt uitgevoerd vloeit voort uit het decreet Basisbereikbaarheid. Artikel 34 biedt de mogelijkheid om voor de uitvoering van het Kern- en Aanvullend Net beroep te doen op een interne exploitant. Die interne exploitant kan De Lijn zijn, indien ze voldoet aan deze benchmark.

In het verleden vond reeds een benchmark plaats en werd een studie gevoerd in vergelijkbare regio’s zoals de Nederlandse provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg, de Verkehrsverbünde Nordrhein-Westfalen en de operatoren in Schotland. Het onderzoek zal aangevuld worden met andere regio’s die aan welbepaalde voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden hebben onder andere betrekking op de bevolkingsdichtheid, ruimtelijke spreiding, kostendekkingsgraad en vergelijkbare vervoersmaatschappijen.

Verder worden vier efficiëntieconcepten vergeleken: productieve efficiëntie, kostenefficiëntie, allocatieve efficiëntie en dynamische efficiëntie. Hier onderzoekt men onder meer de kostendekking, de gemiddelde reizigerskost, -tarieven en -subsidie, en dienstkwaliteit. De studie kan in het najaar worden verwacht, zodat er definitief een beslissing kan volgen voor de interne exploitatie na het doorlopen van deze benchmark.

Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters: “Er werd een bestek uitgeschreven, waarna het Nederlandse adviesbureau Inno-V werd aangesteld om de opdracht rond de benchmark uit te voeren. Het is de bedoeling om de huidige positie van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn te kennen. Op basis van deze studie zal de Vlaamse regering een beslissing nemen over de rol van de vervoersmaatschappij binnen het Vlaams mobiliteitslandschap. De kostprijs voor deze studie bedraagt 289.000 euro”.