Het aantal geschoten everzwijnen in Vlaanderen is op tien jaar tijd verzesvoudigd.
Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.) opvroeg bij minister Brouns. “Limburg blijft met voorsprong het epicentrum van de problematiek. Van de vier everzwijnen die worden afgeschoten, komen er drie uit Limburg. Tegelijk weten we dat de schadevergoeding een lege doos is.” Peeters roept de Vlaamse regering dan ook op tot een kordate aanpak van het probleem en snelle bijsturing van de schaderegeling.
De cijfers spreken voor zich. In 2015 werden in Vlaanderen 564 everzwijnen geschoten. In 2024 waren dat er 3.415 dus een verzesvoudiging. Het aantal gemeenten waar afschot plaatsvindt, steeg van 36 naar 68. Wat ooit een lokaal probleem was, is vandaag structureel en verspreid over Vlaanderen.
Limburg draagt daarbij het zwaarste gewicht. In 2024 alleen al werden er 2.582 everzwijnen geschoten in de provincie — goed voor 75,6% van het Vlaamse totaal. Van de vier evers die worden afgeschoten, komen er drie uit Limburg. Dat toont hoe structureel en hardnekkig het probleem daar is.
De schade loopt intussen hoog op. Volgens het INBO werden in 2025 al 1.025 schadegevallen gemeld. Ter vergelijking: in 2014 waren dat er amper 17. In 2024 piekte het aantal meldingen zelfs op 2.078. Het gaat vooral om zware wroetschade in graslanden en vraatschade aan maïs en tarwe. Voor landbouwers betekent dat al snel 5.000 tot 10.000 euro schade per jaar.
Schadevergoeding is lege doos
Hoewel de schadegevallen stijgen, blijft de schadevergoeding in de praktijk onbestaande. Sinds de invoering van de regeling werden 294 dossiers ingediend. Slechts één dossier — uit 2022 in Limburg — werd effectief uitbetaald. Het ging om 269,32 euro.
“Je maakt dus minder dan een halve procent kans op een vergoeding. Een regeling die op papier bestaat maar in de praktijk onbereikbaar is, is geen beleid. Dat is landbouwers een rad voor de ogen draaien”, aldus Lydia Peeters.
De huidige schaderegeling verplicht om te bewijzen dat de everzwijnen afkomstig zijn uit een gebied waar jacht of bestrijding door de overheid verboden is. Dat bewijs is in de praktijk quasi onmogelijk te leveren. Peeters dringt daarom aan op een snelle aanpassing van het Soortenschadebesluit en het Jachtdecreet, zodat landbouwers een eerlijke vergoeding krijgen.
Sinds 2026 is er een Vlaamse everzwijncoördinator, goed voor 115.000 euro per jaar. Maar uit het antwoord van de minister blijkt dat deze coördinator geen specifieke bevoegdheden krijgt en vooral een brugfunctie zal vervullen. Schadelijders hebben geen baat bij meer structuur en een extra vergadertafel. Ze hebben vooral nood aan snel resultaat op het terrein.
Federale wet blijft dode letter
Tot slot wijst Peeters erop dat de federale beslissing om het gebruik van geluiddempers en nachtkijkers toe te laten nog steeds niet is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De uitvoeringsbesluiten laten op zich wachten. Van een effectieve implementatie in Vlaanderen is voorlopig dus nog geen sprake.
“De everzwijnenproblematiek is geen tijdelijk fenomeen meer. Dit is een structureel probleem dat al jaren aansleept en zich zelfs uitbreidt. Men kondigt maatregelen aan, maar op het terrein verandert er niets,” besluit Peeters. “Ondertussen blijven evers enorme schade aanrichten en blijven landbouwers met lege handen achter. Vlaanderen heeft nood aan een kordate en efficiënte aanpak, geen symbolische maatregelen en lege beloftes.”
Delen op