In het Leertraject ‘Verkavelingswijken in transformatie’ wordt een pleidooi gehouden voor een actiever beleid inzake ruimtelijk rendement via een verdichting van verkavelingswijken. Uit een nieuwe kaart van de administratie blijkt echter dat van de 3292 Vlaamse verkavelingswijken slechts een op de drie goed gelegen is. “De Vlaamse Regering slaagt er niet in om haar eigen principes van ruimtelijk rendement te vertalen naar concrete oplossingen. Burgers krijgen wel de vinger, maar nooit het perspectief. Intussen blijft de woningnood toenemen en blijven investeringen uit”, aldus Lydia Peeters.
Het traject 'Verkavelingswijken in transformatie' is een samenwerking tussen het Departement Omgeving en het Team Vlaams Bouwmeester. In
het rapport lezen we dat er nood is aan 450.000 extra wooneenheden tegen 2050 waarvan ruim 250.000 wooneenheden zouden kunnen worden opgevangen binnen de bestaande verkavelingen.
Uit een recente kaart van verkavelingswijken van het Departement Omgeving en VITO blijkt echter dat twee op de drie verkavelingen hiervoor
ongeschikt zijn. Slechts 1226 van de 3292 verkavelingswijken zijn goed gelegen en slaagden in de toets ‘ruimtelijk rendement’. Hiervan bevinden de meeste wijken zich in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, met respectievelijk 303 en 297 wijken. Antwerpen volgt op de voet, met 272 wijken. West-Vlaanderen telt er 252, terwijl Limburg achterblijft met 101 goed gelegen verkavelingswijken die in aanmerkingen komen voor ruimtelijk rendement.
Opnieuw een kaart van de administratie die ons zegt waar we best wel en niet bouwen, zo luidt het bij Peeters. Een kaart die zogezegd niet
bindend is, maar toch gepubliceerd wordt op het GIS en dus gebruikt kan worden om verder te bepalen waar best wel of niet verdicht kan worden. Wat de Vlaamse Regering vandaag beleid noemt, is in realiteit een beleid van blokkering en uitstel die tot structurele woonnood leidt. Tussen droom en werkelijkheid zitten heel wat wetten en bezwaren. Het is tijd voor minder regels, minder blokkering en meer ruimte om te bouwen.
De minister herhaalde al meermaals dat we af moeten van het principe van het RSV Vlaanderen uit 1997 van 15 wooneenheden per hectare in het buitengebied. Voeg de daad dan ook bij het woord. “De uitdagingen zijn immens: 450.000 extra wooneenheden binnen het bestaand ruimtebeslag. Als de Vlaamse Regering blijft vasthouden aan haar huidige koers, dan creëren we vooral schaarste. De bouwshift is een noodzakelijke ambitie, maar zonder realistische en rechtszekere toepassingen leidt ze vooral tot onzekerheid. Een actiever beleid, waarbij ruimtelijk rendement niet enkel een slogan blijft, maar ook écht wordt toegelaten, dringt zich op. Dit met duidelijke investeringszekerheid voor wie wil bouwen, vernieuwen of verdichten”, aldus Lydia Peeters.
Voor het volledige debat zie: Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening dinsdag 20 januari 2026, 13.30 uur | Vlaams Parlement
Delen op