Archeologie in tijden van snelheid en vernieuwing

Deel: LinkedIn

​“Anno 2016 is het nog steeds essentieel dat we het belang van archeologie onderlijnen. Vlaanderen mag trots zijn op z’n onroerend erfgoed en we moeten dat waar mogelijk in stand houden.

We moeten echter ook respect hebben voor de lokale autonomie en er alles aan doen om extra planlast en de vertraging van vergunningen en projecten tegen te gaan”, zegt Vlaams Parlementslid Lydia Peeters.

“Van in het begin heb ik mijn bezorgdheid geuit over de bijkomende verplichting van de archeologische nota die extra tijd en kosten met zich mee brengt. Helaas geeft de praktijk ons nu gelijk. Uit de eerste resultaten blijkt dat de eerste archeologienota’s veel omvattender zijn dan aanvankelijk gepercipieerd, waardoor ze veel duurder en tijdrovender zijn dan gedacht. Hierdoor lopen bouwprojecten vertraging op, met alle gevolgen van dien. De gemiddelde kostprijs van een archeologienota bedraagt maar liefst 2.653,64 euro en bovendien wordt maar een kleine minderheid van de ingediende nota’s bekrachtigd. De nota gaat haar doel dus compleet voorbij. In januari wilt de minister-president met een aangepaste regelgeving komen en dat is nodig. Als je wilt dat mensen investeren, moet je inzetten op een eenvoudige en snelle procedure die rechtszekerheid biedt.

Daarnaast is het zo dat tal van bouw- of verkavelingsprojecten vertraging oplopen door verplichte archeologische vooronderzoeken of prospectieonderzoeken. Limburg is hierin koploper. Uit cijfers die ik recent opvroeg aan de minister-president bleek dat er in 2015 in onze provincie maar liefst 91 prospecties met ingreep in de bodem waren op een totaal van 331 in Vlaanderen. Dat is 27,4%. Ook bij de cijfers van het eerste semester van 2016 is Limburg, na de provincie Antwerpen, koploper. Een deel van het probleem is dat het aantal erkende archeologen nog steeds te beperkt is om alle werklast op een snelle manier uit te voeren. Ook op dat vlak zal men dus een tandje moeten bijsteken.

Verder is ook de digitalisering van de premie-aanvragen een aandachtspunt. Dit zou volgens de minister-president mogelijk moeten zijn vanaf maart 2017. De wetgeving onroerend erfgoed wordt in 2017 sowieso aan een volledige evaluatie onderworpen en deze aspecten zal ik zeker verder opvolgen.

Hieraan gekoppeld werd er dit jaar gestart met het opleggen van bestuurlijke maatregelen inzake onroerend erfgoed, het zogenaamde handhavingsprogramma. Zo kan de erfgoedinspectie bv. erfgoedpremies terugvorderen wanneer er schade werd aangebracht. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag blijkt dat er tot op vandaag nog niet veel burgerlijke dagvaardingen zijn gebeurd en ook nog maar één premie werd teruggevorderd. De mogelijkheid om gemeentelijke verbalisanten onroerend erfgoed aan te stellen moet hieraan tegemoet komen, maar de eerste opleiding moet nog georganiseerd worden. Deze vindt plaats op 8 december in Brussel. De praktische opleidingen zullen wellicht in de eerste helft van 2017 plaatsvinden. Ook hier is er dus nog veel werk aan de winkel dat mijn blijvende aandacht zal wegdragen,” besluit Lydia Peeters.