Archeologische zones onder druk maar minister Bourgeois zweert bij voorziene timing

Deel: LinkedIn

Momenteel worden vele historische stadskernen in Vlaanderen afgebakend als archeologische zone. Wie daar bouwt of verbouwt, moet in de toekomst op eigen kosten een archeologische nota laten opmaken. Er werden alvast 15 bezwaarschriften ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. “Er heerst onzekerheid bij steden en gemeenten over de financiële impact van deze zones, plus zijn sommige steden, waaronder mijn eigen Dilsen-Stokkem en Ieper, het oneens met de voorgestelde afbakening” stelt Vlaams Volksvertegenwoordiger Lydia Peeters (Open Vld) vast. Minister Bourgeois zweert trouw aan de voorziene start van het decreet.

De afbakening van archeologische zones past in het archeologieluik van het Onroerenderfgoeddecreet, dat op 1 januari 2016 in werking treedt. In voorbereiding hiervan heeft de Vlaamse minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed dit jaar voor het eerst de inventaris van archeologische zones vastgesteld. Dit zijn zones waar op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten gesteld kan worden dat zij met hoge waarschijnlijkheid archeologische waarde hebben. Bij de selectie van zones spelen twee elementen een belangrijke rol: er moet een goede aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van archeologisch erfgoed en er moet een goede aanwijzing zijn dat dit erfgoed nog voldoende goed bewaard is om archeologische waarde te hebben.

Op 15 oktober liep het openbaar onderzoek af dat het agentschap Onroerend Erfgoed organiseerde over de vaststelling van de inventaris van archeologische zones. Momenteel hebben enkele steden zoals Ieper en Dilsen-Stokkem reeds bezwaar aangetekend tegen de afbakening en de financiële kosten voor het archeologisch onderzoek. Vlaams Volksvertegenwoordiger Lydia Peeters (Open Vld) uitte haar bezorgdheid vandaag in het Vlaams Parlement bij Minister-President Bourgeois. “Ik wou vooral nagaan hoeveel bezwaren er zijn en of deze bezwaren van deze aard zijn dat de voorziene inwerkingtreding van het archeologieluik van het Onroerenderfgoeddecreet in gevaar komt. De minister deelde mee dat er 15 bezwaren werden ingediend voor de 58 archeologische zones, en verklaarde reeds nu dat dit geen gevaar oplevert voor de inwerkingtreding.

Financiële gevolgen

Het gevolg van een vaststelling als archeologische zone is dat je een bekrachtigde archeologienota moet toevoegen bij een verkavelingsvergunning of stedenbouwkundige vergunning. “De financiële stimuli die de kostprijs van dergelijke nota’s moeten opvangen baren ons echter zorgen”, reageert Peeters, “gezien het feit dat middelen zoals het solidariteitsfonds onvoldoende gedragen worden door de bouwsector. Er is dringend nood aan een structurele oplossing en daarom wou ik de minister dan ook vragen om te zoeken naar een draagvlak. Enkele jaren geleden was er een draagvlak voor het principe van 1 euro van de overheid voor 1 euro van de bouwsector. Minister Bourgeois verwijst telkens naar de verantwoordelijkheid van de sector maar het is juist zijn taak als minister om te zorgen voor een draagvlak. We kijken met zijn allen uit naar de digitale omgevingsvergunning die het ganse vergunningenbeleid juist sneller moet maken, laat ons hopen dat het archeologisch luik geen zand in deze motor strooit”, besluit Peeters.