Beslist beleid en plannen waarover consensus bestaat moeten uitgevoerd worden

Deel: LinkedIn

In de commissie leefmilieu van 13 maart, stelde Lydia Peeters een vraag om uitleg aan minister Schauvliege, naar aanleiding van een recent advies van de SARO, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening – Onroerend erfgoed, over ruimtelijke uitvoeringsplannen met betrekking tot ENA, het Economisch Netwerk Albertkanaal.

Het ENA is ontstaan uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dat wijst op het grote belang van het Albertkanaal voor de verdere ruimtelijk-economische ontwikkeling van Vlaanderen.

Opmerkingen SARO

Lydia was enigszins verrast door het advies van de SARO, omdat de raad zich nogal sterk maakt dat de ruimtelijke uitvoeringsplannen in strijd zouden zijn met het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) dat op dit moment niet meer is dan een visie en dat straks moet resulteren in een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dat wel een juridische basis zal hebben.

De SARO erkent anderzijds ook dat de voorliggende gewestelijke RUP’s het resultaat zijn van het gevoerde vooroverleg in het kader van de gewenste ontwikkeling en geïntegreerde visie voor de uitwerking van het ENA en dat beide gewestelijke RUP’s uitvoering geven aan beslissingen van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015.

Witboek BRV geen juridische basis

Lydia was blij van de minister te vernemen dat het witboek BRV op dit moment geen juridische basis vormt om beslissingen te nemen. Het is zo dat ruimtelijke uitvoeringsplannen die nu worden opgemaakt, niet gebaseerd kunnen zijn op het witboek, maar wel op het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

Voltallige steun Vlaamse Regering

Tevens heeft de voltallige Vlaamse Regering het economisch belang van ENA uitdrukkelijk erkend en ondersteund. Getuigen daarvan zijn de beslissingen over het ENA-programma in 2015. Maar er is ook voor gekozen om de Limburgse ENA-projecten op te nemen in het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK). In de taskforce van het SALK is heel uitdrukkelijk gevraagd om een versnelling in te zetten voor de uitvoering van het Limburgse ENA-programma.

“Uiteindelijk is dit het zoveelste plan waar een consensus rond ontstaat”, besluit Lydia Peeters. “Op een bepaald moment wordt het dan uitgewerkt op basis van die consensus, maar dan vinden sommigen het plots een schande wat er gebeurt. Ik vind dat bijzonder jammer, want dan kan men zich afvragen wat de waarde is van een taskforce, van SALK, en van goedgekeurde plannen en visies. Over dit project is altijd een gedragen beslissing geweest, zowel in 2004 als in de besluiten van de Vlaamse Regering die nadien zijn gevolgd. Ik ben een pleitbezorger van rechtszekerheid. Ik hoop dat ook dat de ENA-plannen, die economisch belangrijk zijn voor Limburg, snel kunnen worden uitgevoerd.”