Bouwen op 'positieve' reservegrond makkelijker

Deel: LinkedIn

Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) is de 13.000 hectare aan woonreservegebied die er in Vlaanderen ligt, aan het indelen in positieve en negatieve lijsten.

Negatief wil zeggen dat er niet meer gebouwd mag worden, positief nog wel. Schauvliege had deze zomer aan de gemeenten gevraagd om door te geven welke reservegrond ze nog nodig hadden en welke niet. 84 procent van de gemeenten heeft die oefening gemaakt en dat ook nog eens laten bekrachtigen door het schepencollege, 11 procent van de gemeenten heeft niets laten weten en 5 procent heeft de enquête maar gedeeltelijk ingevuld. De verwerking van de bevraging is complex, geeft Schauvliege toe. Er moet onder meer rekening worden gehouden met goedgekeurde gemeentelijke structuurplannen en met wat de gemeenten willen en met de principes van het witboek voor het beleidsplan ruimte Vlaanderen.

Uitzonderlijk

“Dat het makkelijker wordt voor de positieve woonreservegebieden is goed”, vindt Lydia Peeters, Vlaams Parlementslid en burgemeester van Dilsen-Stokkem. “Want soms liggen die zelfs beter dan de gewone woongebieden. In Rotem hebben we bijvoorbeeld een woonuitbreidingsgebied aan een school, een plein en een kerk. Het is logisch dat je dit kan aansnijden, al zal daar dan toch een nieuw decreet voor nodig zijn. De huidige regels zeggen immers dat alleen sociale huisvestingsmaatschappijen met alleen maar een omgevingsvergunning kunnen bouwen in woonuitbreidingsgebieden. Het probleem is dat de nieuwe regels voor het ontwikkelen van ruimte uitgaan van knooppunten voor verkeer en voor openbaar vervoer. In die buurten kan je wel meer bouwen, maar er is nauwelijks openbaar vervoer in Limburg. Dus zal er bij ons ook niet veel reservegrond op die positieve lijst terechtkomen”, vreest Peeters en daar zal ze zich tegen blijven verzetten.