De Vlaamse Regering heeft geen zicht op het prijskaartje van de bouwshift en de planschadevergoedingen die ermee gepaard zullen gaan. Dat blijkt uit een parlementaire vraag (dd. 8 juni jl.) van Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.) aan minister van Omgeving Jo Brouns. De regering wil via haar ruimtelijk beleid nochtans tienduizenden hectaren harde bestemmingen bouwvrij maken. “De bouwshift kan alleen slagen als eigenaars correct worden vergoed. Maar wie zulke grote ambities uitspreekt, moet ook weten wat ze kosten en wie de rekening zal betalen. Vandaag kan de minister daar geen antwoord op geven. Je kan geen cheque uitschrijven zonder te weten hoeveel erop moet staan,” zegt Lydia Peeters.
De Vlaamse Regering keurde in april een gestandaardiseerde methode goed om de eigenaarswaarde bij planschade te bepalen. Die moet ervoor zorgen dat eigenaars die door een herbestemming worden getroffen op een uniforme, objectieve en marktconforme manier worden vergoed. De methode vertrekt onder meer van recente verkoopprijzen en vergelijkingspunten in de omgeving, zodat rekening wordt gehouden met de lokale vastgoedmarkt. Eigenaars krijgen een individueel schaderapport met de berekening voor hun perceel en toelichting bij de gebruikte methodiek.
Voor Lydia Peeters is het essentieel dat de toepassing nauwgezet wordt opgevolgd. Een herbestemming kan immers grote financiële gevolgen hebben voor een eigenaar. Rechtszekerheid betekent dat die vooraf weet waarop hij recht heeft en erop kan vertrouwen dat tegenover het verlies aan bouwmogelijkheden een billijke vergoeding staat.
Net over de betaalbaarheid van de bouwshift blijft een cruciale vraag onbeantwoord. Lydia Peeters vroeg minister Brouns naar de totale budgettaire impact van de ruimtelijke ambities, inclusief de bijbehorende planschadevergoedingen, maar hij vindt het voorbarig om de financiële haalbaarheid vandaag al te beoordelen. De uiteindelijke kostprijs hangt volgens hem onder meer af van welke gronden bouwvrij worden gehouden, het tempo van de herbestemmingen en de mate waarin planschade kan worden vermeden via bijvoorbeeld grondruil of een voorafgaand grondbeleid. Een totale raming is er niet.
Voor Lydia Peeters kan de regering de financiële oefening niet voor zich uit blijven schuiven. De bouwshift mag geen belofte worden waarvan tijdens de uitvoering blijkt dat er onvoldoende middelen zijn om eigenaars correct te vergoeden.
Tegelijk benadrukt ze nogmaals dat de bouwshift geen bouwstop mag worden.
De nieuwe waarderingsmethode zal worden geëvalueerd, zoals voorzien in het Instrumentendecreet. Volgens Peeters moet daarbij niet alleen worden gekeken naar de technische werking ervan, maar ook naar de werkelijke vergoedingen voor eigenaars en de financiële haalbaarheid van het systeem.
“Bescherm onze open ruimte, maar respecteer ook het eigendomsrecht. De bouwshift mag geen bouwstop worden. En als de overheid toch beslist dat iemand niet langer mag bouwen op grond die daarvoor bestemd was, moet daar een billijke vergoeding tegenover staan. Vlaanderen moet dus weten wat zijn ambities kosten en zorgen dat daarvoor voldoende middelen zijn. De bouwshift heeft nood aan rechtszekerheid én een financieel plan,” besluit Peeters.
Lees ook:
Vlaams woonbeleid dreigt bouwstop te worden en beknot vrijheid van Vlaming - Lydia Peeters
Delen op