De eigen karakteristieken van de provincie vragen een specifieke mobiliteitsvisie

Deel: LinkedIn

Vlaams volksvertegenwoordigers Mercedes Van Volcem en Lydia Peeters (Open Vld) analyseerden nieuwe cijfers omtrent het woon-werkverkeer van de Vlaming.

Deze cijfers werden verkregen door een schriftelijke vraag van Lydia Peeters bij Vlaams minister voor mobiliteit, Ben Weyts.

Van Volcem: “Als ik kijk naar het aandeel van de verplaatsingen in het woon-werkverkeer voor alle vervoersmodi per provincie, zie ik specifieke karakters per provincie terugkeren.”

Voor Van Volcem is het een bewijs dat mobiliteit een thema is dat verschillende facetten kent. Maatwerk is dan ook aan de orde. Antwerpen is Oost-Vlaanderen niet en de Oost – Vlaming heeft andere voorkeuren dan de Limburger.

Met het oog op de basisbereikbaarheid van de Vlaamse regering zullen er dan ook vele lokale consultaties plaatsvinden, stelt Van Volcem.

“Ik kan alvast meegeven dat er proefprojecten zullen ontstaan rond vervoerregioraden. Deze raden zullen adviseren en maatwerk bieden. Daarna zal de uitrol in heel Vlaanderen gebeuren.”

De basis van de cijfers zijn de gebundelde gegevens van 5 observatiejaren (2008 – 2013)

kolompercentage Vlaams-Brabant Antwerpen Limburg West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Totaal
te voet 2,95 3,31 3,56 4,01 2,85 3,32
fietser 5,61 17,87 8,87 12,61 9,91 11,75
brom/snorfietser 0,56 0,97 0,59 2,79 0,14 1,03
motor 1,52 0,12 0,57 0,87 0,81 0,72
autobestuurder 70,08 61,33 79,21 68,05 63,75 67,10
autopassagier 4,53 5,05 2,94 6,18 6,28 5,19
bus/tram/metro 4,89 6,19 0,92 2,24 3,06 3,76
trein 9,14 3,80 2,72 2,68 11,34 6,02
autocar 0,00 0,49 0,00 0,00 1,04 0,37
andere wijze 0,73 0,87 0,62 0,57 0,83 0,74
totaal 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00

Graag met de wagen

De wagen is en blijft koning. Wanneer de Vlaming niet met de wagen gaat, dat heeft hij een voorkeur die per provincie afwijkt.

We zien dat West – Vlamingen zich meer dan andere landgenoten te voet of per bromfiets naar het werk begeven. Een verklaring voor Van Volcem zou kunnen liggen aan een inefficiënt openbaar vervoersnetwerk. Ook de Limburgers zijn atypisch in hoe ze zich verplaatsen, maar één zaak is zeker: de Vlaming blijft vasthouden aan zijn wagen.

Lydia Peeters: “De Limburgers verplaatsen zich het minst met het openbaar vervoer naar het werk. Maar in het algemeen kunnen we concluderen dat koning auto onaantastbaar blijft bij alle Vlamingen.”

Park and Rides

De grootste Park and Ride van Vlaanderen is gevestigd in Kortrijk. Van Volcem merkt op dat de meeste parkeerplaatsen wel gaan naar evenementen. Zo zien we dat er veel capaciteit is rond Plopsaland en de Kortrijkse expo.

Van Volcem stelt dat de bezetting van een aantal P+R’s bijzonder laag is.

Van Volcem: “Dit cijfer is frappant laag. Nu we dit weten lijkt het me logisch dat we eerder inzetten op meer P+R’s dan op grotere.”

Ik had graag geweten of Park and Rides populairder aan het worden zijn in Vlaanderen, gaat Van Volcem verder. Dat had nuttige informatie kunnen opleveren voor het mobiliteitsbeleid. Echter is de definiëring van P+R in 2012 herdacht. Dit zorgt ervoor dat de cijfers moeilijk te vergelijken vallen. Maar ik zie aan de cijfers dat ik kan zeggen dat er toch wel een licht stijgende trend is, besluit Van Volcem.

Trein is het populairst in Oost-Vlaanderen, maar Vlaming verkiest de wagen.

Mercedes Van Volcem stelt dat de gemiddelde Vlaming nog altijd verkiest om met de wagen naar het werk te gaan. De fiets is het tweede populairste vervoersmiddel, maar dat geldt enkel voor die mensen die op fietsafstand wonen uiteraard.

Van Volcem: “Wie niet met de wagen gaat, verkiest de trein. We zien dat Oost – Vlaanderen daar de koploper is. Veel werkgelegenheid vindt plaats in Brussel, de verbinding Oost – Vlaanderen met Brussel is goed.”

Mensen uit Limburg en West – Vlaanderen zullen er sneller op afknappen om in Brussel te gaan werken.” stellen de liberale volksvertegenwoordigers.

Ik denk dat we die conclusies met recht en rede kunnen maken, gaan de Open Vld’ers verder. Het is niet zo dat Limburgers of West – Vlamingen een aversie hebben tegen het treinverkeer, want voor school-woonverkeer wordt de trein vaak gebruikt.

Als we de cijfers over geheel Vlaanderen bekijken dan valt ons op dat slecht 10% het openbaar vervoer neemt naar het werk. Bij de jongeren die naar school gaan is dat een pak meer.

Van Volcem: “Is er een nieuwe generatie komende die meer het openbaar vervoer zal nemen om naar het werk te gaan in de toekomst? Of moeten we vrezen dat eenmaal men het rijbewijs behaalt, de overstap van openbaar vervoer naar wagen snel gemaakt zal worden? Uit de cijfers kunnen we dit nu niet vaststellen, maar het is belangrijk om ons beleid daarop af te stellen.”

Van de huidige generatie werkenden die zich met de wagen verplaatsen denk ik dat er een groot deel vroeger ook met het openbaar vervoer naar het werk ging. Auto’s waren zeker niet betaalbaarder vroeger. Nadenken over hoe we die jongeren die momenteel met het openbaar vervoer pendelen dit kunnen blijven laten doen eenmaal ze beginnen werken, is dus de boodschap, stelt Van Volcem.

Bromfiets enkel populair in West - Vlaanderen

Dat de bromfiets in West – Vlaanderen populairder is dan in de rest van het land valt sterk op. Aandeel van de West – Vlamingen die zich met de bromfiets naar het werk verplaatst. 1 op 35 West – Vlamingen gebruikt de bromfiets voor het woon-werkverkeer.

Van Volcem merkt op dat het probleem zich minder stelt bij woon-schoolverkeer. Daar ziet ze dat West – Vlamingen relatief weinig wandelen naar school. Overigens worden ze ook weinig afgezet door ouders. Vooral de fiets is het hoofdvervoersmiddel van scholieren.

Van Volcem: “Al zien we ook hier dat de bromfiets terug in West – Vlaanderen het populairst van het land is. Zou het een compensatie zijn voor het weinig benut openbaar vervoer? Slechts 1 op 10 scholieren gebruikt het openbaar vervoer. In Limburg is dat meer dan een kwart!”

Zo zien we maar dat voor een klein land we toch verschillende preferenties kennen, stelt Van Volcem. We kunnen bepaalde zaken ontraden en andere aanmoedigen, maar de Vlaming is creatief. Bepaalde zaken die ik uit de verkregen cijfers haal had ik niet kunnen voorspellen. Maar een ding is zeker, maatwerk, maatwerk en maatwerk, zal onze mobiliteit en ons leefmilieu verbeteren, besluit Van Volcem. En de vervoerregioraden zijn daarvoor een goed initiatief.

Lydia Peeters (Open Vld): “Ik ben vooral benieuwd waarom Limburgse scholieren koploper zijn in het zich verplaatsen met het openbaar vervoer naar school terwijl de Limburgse actieve bevolking zweert bij de wagen.”

Volgens Peeters, moet zeker gekeken worden naar het jobaanbod in de provincies. Het is niet dat de Limburger het openbaar vervoer bewust negeert. De bussen moeten ook aan een werkplek stoppen. Werk in eigen regio kan op dat vlak een indicator zijn van het openbaar vervoergebruik, concludeert het Limburgse parlementslid.

“Opvallend voor mij in de statistieken die ik opvroeg aan minister Weyts, is het autogebruik in Limburg voor het woon-werkverkeer. Niet minder dan 79,21 % of bijna 8 op 10 Limburgers gaat met de auto naar het werk, in tegenstelling tot de inwoners van de andere Vlaamse provincies waar het autoverbruik woon-werkverkeer varieert tussen ‘slechts’ 61,33% en 70,08%. Limburg en zeker ook het Maasland blijven een blinde vlek wat het aanbod van openbaar vervoer betreft. Wat betreft duurzame mobiliteit en een efficiënt openbaar vervoersnetwerk is er dus nog veel werk aan de winkel in onze provincie. De toekomstige oprichting van vervoerregioraden is wel alvast een stap in de goede richting wat de betrokkenheid en inspraak van lokale besturen betreft. Als we op die manier kunnen evolueren naar meer mobiliteit op maat, zou dat een goede zaak zijn.”

Verder blijkt ook uit de cijfers dat er in heel Limburg maar één P+R-parking aanwezig is, die bovendien overbezet is. Peeters zal de minister dan ook bijkomend ondervragen, enerzijds over het onderzoek naar meer P+R-parkings in onze provincie, anderzijds over de uitbreiding van het openbaar vervoersnetwerk.”

Op 18 mei verscheen dit persbericht in HLN.