Doorlooptijden RUP’s afgelopen jaren lichtjes gedaald

Deel: LinkedIn

RUP’s of Ruimtelijke Uitvoeringsplannen zijn plannen waarmee de overheid in een bepaald gebied de bodembestemming vastlegt en bevatten stedenbouwkundige voorschriften op basis waarvan bijvoorbeeld stedenbouwkundige vergunningen worden vastgelegd. Een RUP kan zowel door de gemeente, de provincie of het gewest worden opgesteld.

Via verschillende schriftelijke vragen vroeg ik aan de (op dat moment) bevoegde ministers van Ruimtelijke ordening Muyters en Schauvliege het aantal goedgekeurde RUP’s en de gemiddelde doorlooptijden van deze planprocessen op. Op die manier kunnen we kijken waar er efficiëntiewinsten geboekt kunnen worden en verbeteringen nodig zijn.

Hieronder vindt u een overzicht van het aantal goedgekeurde RUP’s per bevoegde overheid, in de periode 2009 tot en met 2015

2009-20132014-2015
Gemeentelijke RUP's1046369
Provinciale RUP's8640
Gewestelijke RUP's7723

Het aantal goedgekeurde RUP’s is de afgelopen 6 jaar niet opvallend gewijzigd. Gemiddeld genomen werden er in de periode 2009-2013 jaarlijks 262 gemeentelijke GRUP’s goedgekeurd, terwijl er dat in de periode 2014-2015 zo’n 185 zijn. Een lichte daling dus.

Bij de provinciale RUP’s is er ongeveer een status quo van gemiddeld 22 naar 20 goedgekeurde uitvoeringsplannen per jaar.

Bij de gewestelijke RUP’s tot slot, is er een daling van 19 naar 12 goedgekeurde plannen, weliswaar rekening houdend met het gegeven dat in het overzicht 2009-2013 sprake is van een aantal dubbele tellingen, aangezien een gewestelijk RUP betrekking kan hebben op meerdere provincies.

Belangijker is de gemiddelde doorlooptijd van een RUP. Dat wordt berekend als de tijd tussen de datum van de plenaire vergadering en de goedkeuringsdatum van het RUP.

In de periode 2009-2013 bedroeg de gemiddelde doorlooptijd van:

de gemeentelijke RUP’s: 463 dagen

de provinciale RUP’s: 476 dagen

de gewestelijke RUP’s: 682 dagen

Voor het aantal gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen is de gemiddelde doorlooptijd in de periode 2014-2015 ten opzichte van de periode 2009-2013 gedaald van 682 naar 641 dagen, of met andere woorden een vermindering van 41 dagen. Een kleine, maar positieve tendens.

Al jarenlang pleiten we namens Open Vld voor administratieve vereenvoudiging en snellere vergunningsprocedures. Op 25 april 2014 werd er, mede door onze niet-aflatende initiatieven, een Codexwijziging doorgevoerd. Daarom gelden er wat de provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen betreft twee verschillende procedures. Provinciale RUP’s waarvan de uitnodiging voor de plenaire vergadering werd verstuurd na 25 april 2014, moeten na definitieve vaststelling door de provincieraad niet meer worden goedgekeurd door de Vlaamse regering.

Uit de cijfers die ik opvroeg aan bevoegd minister Schauvliege, blijkt dat sinds de invoering van de nieuwe procedure de gemiddelde doorlooptijd toch wel opvallend verminderd is, wat uiteraard positief is. Het gemiddeld aantal kalenderdagen doorlooptijd varieert nu, afhankelijk van de provincie, van 301 tot 369 dagen, terwijl dat in de oude procedure nog 499 tot 1044 kalenderdagen waren.

Een nuance hierbij is wel dat de termijnen pas berekend worden vanaf de datum van de plenaire vergadering, terwijl daar vaak ook al maandenlang voorbereidend werk aan vooraf is gegaan. Zo is er bv. het PRUP Bipool Eisden-Lanklaar dat werd opgestart in 2006 en pas gefinaliseerd werd in 2011.

Ook voor de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen geldt de nieuwe procedure, met dat verschil dat gemeentelijke RUP’s waarvan de uitnodiging voor de plenaire vergadering werd verstuurd na 25 april 2014, na definitieve vaststelling door de gemeenteraad niet meer moeten worden goedgekeurd door de provinciale deputatie. Ook bij de doorlooptijd van gemeentelijke RUP’s levert dit een vermindering op van het aantal kalenderdagen van gemiddeld 485 tot 578 naar 259 à 304 dagen volgens de nieuwe procedure, met ook hierbij wel de kanttekening van het vele werk dat voorafgaat aan de plenaire vergadering en niet wordt meegerekend in de doorlooptijd.

Lydia Peeters besluit: “De vermindering van de doorlooptijd van RUP’s over de afgelopen zes jaar heen is een positieve tendens, maar we moeten blijvend aandacht hebben voor het versnellen en vereenvoudigen van procedures en planprocessen. Ook in de toekomst zal ik hier de nodige initiatieven rond nemen en verbetervoorstellen formuleren waar mogelijk.”

Hier vindt u de meest recente vraag  en het antwoord  van de minister. Tevens vindt u hier mijn vraag  en het antwoord  aan de bevoegde minister in 2014.