Hoeveel richtlijnen, beoordelingskaders en andere vormen van zogenaamde ‘soft law’ gebruikt de Vlaamse overheid binnen de beleidsdomeinen Omgeving en Landbouw? Minister Jo Brouns kan er geen overzicht van geven. Dat blijkt uit het antwoord op een parlementaire vraag (dd. 18 juni jl.) van Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.). Opmerkelijk, want net binnen het vergunningenbeleid geven dergelijke documenten mee richting aan de beoordeling van dossiers en vergunningen, zonder dat het bindende regelgeving is. “De Vlaamse Regering belooft al langer komaf te maken met onduidelijke regels en richtlijnen. Nu blijkt dat ze zelfs niet weet hoeveel er zijn. Je kan moeilijk de grote schoonmaak houden als je niet eens weet wat er allemaal in je kasten ligt,” zegt Peeters.
Soft law is geen bindende regelgeving, maar kan in de praktijk wel richting geven aan beslissingen van administraties en vergunningverleners. Het kan bijvoorbeeld gaan om beoordelingskaders, inhoudelijke richtlijnen, leidraden, principes, gedragscodes, beleidsmatig gewenste ontwikkelingen of goede praktijken die gebruikt worden bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag.
Lydia Peeters waarschuwt al langer voor de impact van dergelijke regels en documenten op de rechtszekerheid. Burgers, landbouwers en ondernemers moeten vooraf kunnen weten aan welke regels ze moeten voldoen en op basis waarvan een overheid hun dossier beoordeelt. Dat geldt ook voor regels die niet in een decreet of besluit staan, maar in de praktijk wel als referentie worden gebruikt.
Daarom vroeg Peeters aan minister Brouns een overzicht van de soft law die binnen Ruimtelijke Ordening, Landbouw, Natuur en Leefmilieu wordt gebruikt. Maar dat overzicht krijgt ze niet. Volgens de minister is het “niet mogelijk” om het gevraagde overzicht te bieden of zou het opstellen ervan minstens een “disproportionele inzet van personeelsmiddelen” vergen.
Opvallend is dat het Departement Omgeving ondertussen zelf een leidraad over soft law publiceerde. Daarin wordt uitgelegd hoe niet-bindende beoordelingskaders correct bekendgemaakt en toegepast moeten worden. Ook het Actieprogramma Vergunningen bepaalt dat dergelijke soft law voldoende bekendgemaakt en consequent toegepast moet worden. Minister Brouns zegt nu te onderzoeken waar nog interne documenten worden gebruikt die niet publiek raadpleegbaar zijn en waar verbetering mogelijk is. Een concrete inventaris of timing geeft hij echter niet.
Dit raakt aan een fundamenteel probleem binnen het Vlaamse vergunningenbeleid. Peeters wees eerder ook al op de wildgroei aan kaarten, digitale atlassen, richtlijnen en andere documenten die voor burgers soms moeilijk te doorgronden zijn. De overheid moet volgens haar ontvetten: niet steeds nieuwe lagen regels, richtlijnen en interpretaties creëren, maar schrappen, vereenvoudigen en duidelijk maken welke regels werkelijk gelden.
“Wie een huis wil bouwen, een bedrijf wil uitbreiden of als landbouwer wil investeren, moet vooraf weten waar hij aan toe is. Het kan niet dat je alle officiële regels volgt en vervolgens botst op een richtlijn of beoordelingskader waarvan je niet eens wist dat het bestond. Nog straffer is dat de overheid zelf blijkbaar geen overzicht kan geven van wat er allemaal circuleert. Breng die soft law eindelijk in kaart, maak alles publiek en schrap wat overbodig is. Wat werkt, houden we. Wat verstikt, schrappen we. Rechtszekerheid begint met weten welke regels er gelden om dan te bepalen welke er effectief ook moeten gelden,” besluit Peeters.
Zie hier ook een eerdere vraag van Lydia Peeters hierover van 30 maart jl. aan de voltallige regering.
Delen op