Leegstand bedrijfsruimten - Vernieuwingsfonds

Deel: LinkedIn

Er is een wezenlijk verschil tussen het aandeel van de provincie Limburg in de totale leegstand in Vlaanderen en de toegekende subsidiebedragen voor onze provincie!

Op 20/2/2017 nam de Vlaamse Regering kennis van de resolutie betreffende de aanpassing van het decreet van 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Deze resolutie werd door het Vlaams parlement aangenomen op 15/2/2017.

Als mede-indiener van de resolutie ben ik voorstander van een betere en billijkere heffing. Bovendien vragen wij om hogere subsidies toe te kennen voor hergebruik in het kader van nieuwe, al dan niet economische functies.

“Leegstand en verwaarlozing vormen vandaag nog te vaak een probleemgebied en hebben een negatieve impact op de ruime omgeving. Dit moeten we kunnen ombuigen in een positief verhaal, want deze gebieden bevatten meestal grote mogelijkheden voor hergebruik en herbestemming. De overheid moet er wel voor zorgen dat deze herbestemming sneller en eenvoudiger kan” .

Hoe werkt dit nu in de praktijk?

De opbrengsten van de heffing komen terecht in het Vernieuwingsfonds. Dit fonds geeft financiële steun aan projecten die leegstaande sites nieuw leven inblazen. Het huidig decreet bestaat uit drie luiken: inventarisatie, heffing en stimulering van de vernieuwing via financiële ondersteuning. De inventarisbeheerder is dus het Vlaams gewest, op voorstel van de gemeente.

Zowel de openbare sector als de privésector kunnen subsidies (90 %) aanvragen voor saneringswerkzaamheden. Subsidie voor verwerving (30 %) van bedrijfsruimten kan enkel worden verleend aan de openbare sector (O.C.M.W; gemeente; intercommunale; een erkende sociale huisvestingsmaatschappij; een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) en het Vlaams Woningfonds voor grote gezinnen).

Voor heel Vlaanderen wordt de subsidieregeling op een zelfde manier gecommuniceerd en gelden dezelfde toekenningscriteria. Hieronder vinden jullie een overzicht per provincie.

Periode 2012-2016 % aandeel van het totale aantal inventarisopnames leegstand % subsidiedossiers inzake saneringswerken - private sector (euro) % totaal geïnde bedragen (euro)
Antwerpen 31% 37% 34%
Limburg 15% 4% 10%
Oost-Vlaanderen 21% 12% 15%
West-Vlaanderen 21% 33% 16%
Vlaams-Brabant 12% 14% 25%

Hier vinden jullie de grafiek van bovenstaande tabel.

Verder lezen we in het antwoord van de minister het volgende over mogelijke oorzaken van de moeilijk verklaarbare verschillen tussen de provincies:

De heffing werkt aanbodgericht. De omvang van de totale geïnde heffing in een provincie voor een gegeven periode is dus in belangrijke mate afhankelijk van het aantal opnames in de inventaris.

De subsidie werkt vraaggericht. De toekenning van een subsidie is afhankelijk van het initiatief van de eigenaar en de geldende toekenningscriteria (duurtijd eigenaarschap en aard van de vernieuwingswerken).

De vergelijking van bovenstaande tabel stelt dat voor de provincies Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen een groot verschil te zien is tussen hun aandeel in de totale leegstand in Vlaanderen (blauwe kolom) en toegekende subsidiebedragen (rode kolom).

De bekomen cijfers geven geen sluitend antwoord op de verschillen in het aantal subsidies en geïnventariseerde panden per jaar en provincie. Momenteel is een evaluatieoefening door het beleidsdomein ruimtelijke ordening lopende van het beleidsinstrumentarium inzake leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten. De resultaten van deze evaluatiestudie zullen wellicht meer inzicht bieden in de werking van het instrumentarium.

Hier vindt u mijn vraag aan minister Tommelein en zijn antwoord.