Lokale besturen meer zeggenschap over milieubeleid

Deel: LinkedIn

Naar aanleiding van mijn schriftelijke vraag nr. 50 in verband met het milieubeleid in de kerntakenplannen dd. 17 juli 2015, vernam ik van bevoegd minister van milieu Joke Schauvliege dat zowel het planmatig als het reactief toezicht door milieu-inspectie op de klasse 2-inrichtingen zal worden afgebouwd voor de Vlaamse overheid.

“De afdeling Milieu-inspectie heeft tussen 1 januari 2014 en 20 oktober 2015 niet minder dan 2.072 controles uitgevoerd bij klasse 2-bedrijven, waarvan 394 in Limburg. Het toezicht hierop zal nu opnieuw naar de gemeenten worden overgeheveld”, zegt Vlaams parlementslid Lydia Peeters.

Hiervoor zijn er verschillende beweegredenen volgens de minister. Enerzijds is er de integratiebeweging in het kader van de omgevingsvergunning waardoor het logisch is dat, net als bij de handhaving inzake ruimtelijke ordening, ook voor de handhaving van de milieuhygiënewetgeving een verschuiving naar het lokaal niveau gebeurt. Daarenboven is er een Europese tendens en noodzaak tot een risicogedreven prioriteitenstelling die noopt tot grote aandacht voor de klasse 1-inrichtingen die onder het toepassingsgebied vallen van Europese richtlijnen.

Doorslaggevend bij de keuze was de doelstelling dat, met het oog op een uniforme aanpak, bij een omgevingsvergunning klasse 2 zowel het stedenbouwkundige aspect als het milieuaspect best door één en hetzelfde bestuursniveau, zijnde de lokale overheid, wordt gecontroleerd en gehandhaafd.

De controle op de naleving van de milieuhygiënewetgeving door het lokale niveau is de laatste jaren onder impuls van het Milieuhandhavingsdecreet en -besluit bovendien beter gestructureerd door samenwerkingsverbanden tussen naburige gemeenten en politiezones en via intergemeentelijke verenigingen. Ten slotte past de keuze ook in de algemene decentralisatiebeweging waarvoor deze Vlaamse Regering staat”, aldus de minister.

Om de lokale overheden te ondersteunen in deze opdracht wordt samengewerkt vanuit de afdeling Milieu-inspectie aan een ondersteunend flankerend beleid. Deze ondersteuning kan bestaan in toelichting, opleiding, ter beschikking stellen van checklists, uitwerken van inspectiecampagnes, ondersteuning op het terrein,…

Lydia Peeters: “Daarnaast informeerde ik ook naar de totale personeelsbesparing bij het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie waardoor een aantal taken zullen afgebouwd worden bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). De taken die mogelijks worden afgeschaft of overgeheveld naar de lokale bestuursniveaus zijn”:

-Brede adviezen: het gaat over een cluster van wettelijk voorziene adviezen. De adviesfunctie van het ANB is nu vooral regulerend. In de langetermijnvisie beperken we het werkingsgebied van deze processen tot de natuurkerngebieden en leefgebieden van soorten.

-Kapmachtigingen: de advisering voor acuut gevaarlijke bomen kan worden afgebouwd. Het werkingsveld van de kapmachtigingen voor het ANB wordt verkleind. Er wordt gefocust op de natuurkerngebieden in functie van de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen.

Op dit ogenblik loopt er bij het ANB een project dat nagaat hoe de ondersteuning van de lokale besturen bij het beheer van de bossen – in het Bosdecreet wordt dit het technisch beheer van de bossen van de lokale besturen genoemd – kan worden geoptimaliseerd, rekening houdend met de Vlaamse prioritaire beleidsdoelstellingen. Het ANB zal hierover begin 2016 rapporteren.

Lydia Peeters besluit: “Ik kan de minister volgen in haar streven naar een uniforme aanpak. Een verschuiving van taken en opdrachten naar de lokale besturen kan zeker een meerwaarde zijn, maar we moeten er wel over waken dat de steden en gemeenten ook de nodige middelen en ondersteuning krijgen om deze taken naar behoren uit te voeren.“