Landbouwers die zware schade lijden door everzwijnen blijven in de kou staan door een absurde bewijslast voor schadevergoeding. Minister Brouns erkent het probleem, maar lijkt niet meteen van plan deze te versoepelen. Zo blijkt uit een vraag van Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Open Vld). Peeters stelt vast dat de Vlaamse regering opnieuw kiest voor procedures boven bescherming van hardwerkende landbouwers. Peeters: “Wanneer je moet bewijzen waar een everzwijn exact vandaan komt, is een schadevergoeding een illusie. Beperk de bewijslast en geef landbouwers waar ze recht op hebben."
In 2024 werden in Vlaanderen meer dan 2000 schadegevallen door everzwijnen gemeld, bijna allemaal in de landbouw. Voor veel landbouwers loopt de schade op tot 5000 à 10.000 euro per jaar. Landbouwers nemen vandaag al tal van preventieve maatregelen, zoals afrasteringen en aangepast beheer, maar botsen bij schade op een systeem dat tegen hen werkt. Wie een vergoeding wil krijgen, moet niet alleen bewijzen dat alle mogelijke voorzorgen werden genomen, maar ook aantonen of het everzwijn afkomstig is uit een bejaagbaar dan wel niet-bejaagbaar gebied. Die bewijslast is in de praktijk quasi onmogelijk.
Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) ondervroeg minister Brouns over deze problematiek. In zijn antwoord erkent minister Brouns wel dat het aantal schadegevallen stijgt, maar hij verschuilt zich achter meldingssystemen, verantwoordelijkheden van jachtrechthouders en lopende evaluaties. Over de kern van het probleem, de onhaalbare bewijslast voor landbouwers, bleef het opvallend stil. De minister liet na om duidelijk te zeggen dat hij dit systeem wil aanpassen. Er is dus geen enkel concreet engagement om de vergoedingsregeling werkbaar en rechtvaardig te maken.
Dat is bijzonder problematisch. Landbouwers worden vandaag geconfronteerd met zeer reële schade, terwijl de Vlaamse regering hen opzadelt met administratieve eisen die niemand kan inlossen. Wie werkt en produceert, moet vechten voor elke euro schadevergoeding, terwijl de overheid zich indekt met regels en uitzonderingen.
Nochtans tonen praktijkvoorbeelden aan dat een andere aanpak mogelijk is. Projecten zoals het wildbeheer in Genk bewijzen dat een geïntegreerde benadering resultaten oplevert. Maar die logica wordt niet doorgetrokken naar het schadevergoedingsbeleid. De Vlaamse regering blijft vasthouden aan een systeem dat vooral lijkt ontworpen om níét uit te betalen.
Peeters vindt dit onaanvaardbaar. Een vergoedingsregeling die alleen werkt op papier, is geen bescherming maar een afschuifsysteem. De overheid moet vertrouwen tonen in landbouwers die aantoonbaar inspanningen leveren, in plaats van hen te verplichten het onbewijsbare te bewijzen.
Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Open Vld): “De minister erkent de schade, maar weigert de kern van het probleem aan te pakken. Zolang landbouwers moeten bewijzen waar een everzwijn exact vandaan komt, is een schadevergoeding een illusie. Deze regering laat hardwerkende landbouwers betalen voor haar eigen onwil om het systeem te hervormen en de boel écht te doen werken. Beperk die bewijslast zo snel mogelijk en geef landbouwers waar ze recht op hebben!”
Het volledige verslag van de vraag om uitleg kan je terugvinden via: Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid woensdag 14 januari 2026, 9 uur | Vlaams Parlement
Zie ook artikel in Vilt over het debat: Brouns: “We moeten de jacht meer kansen geven om elk everzwijn af te schieten” | VILT vzw
Zie ook de schriftelijke vraag van Lydia Peeters van 31 oktober 2025 over het everzwijnenbeleid: Schriftelijke vraag 155 (2025-2026) | Vlaams Parlement
Delen op