Naar een meer flexibele invulling van bedrijventerreinen

Deel: LinkedIn

​“In het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wordt in verschillende actieplannen meermaals gewag gemaakt van het belang van het optimaal benutten van bedrijventerreinen. Een pleidooi dat ik absoluut mee verdedig,” zegt Lydia Peeters.

Er zijn in Vlaanderen heel veel verschillende soorten bedrijventerreinen zoals gemengd regionaal bedrijventerrein, terreinen voor kantoren, terreinen voor watergebonden karakter, wetenschapsparken, luchthavengebonden bedrijven, zeehaven- en watergebonden bedrijven, kleinhandel, agro-industrie, afvalverwerking en recyclage, enzovoort.

Met een bijstelling van de typevoorschriften voor bedrijventerreinen, is het de bedoeling enerzijds het aantal specifieke soorten bedrijventerreinen te verminderen en anderzijds het verschil tussen regionale en lokale bedrijventerreinen weg te werken. Er wordt onder meer voorzien in een mogelijkheid om ambachtelijke bedrijven of KMO’s toe te laten in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor milieubelastende industrieën of voor vervuilende industrieën en die niet groter zijn dan drie hectare.

Volgens de minister gaat op dit ogenblik alle aandacht naar de opmaak van de beleidskaders. Eén van de beleidskaders gaat specifiek over logistiek. Daarnaast wordt ook de inzet van spoor en binnenvaart nader onderzocht. De mogelijkheid om terreinen voor te behouden voor watergebonden activiteiten wilt men handhaven en daarnaast blijven ook specifieke typevoorschriften interessant zoals bedrijventerreinen voor transport en logistiek, kleinhandelszones en historisch gegroeide bedrijven.

Vlaams volksvertegenwoordiger Lydia Peeters kijkt alvast uit naar de bijstelling van de typevoorschriften om op die manier te streven naar een meer flexibele invulling van onze bedrijventerreinen. Ze hoopt op een spoedig vervolg: “Tegen de zomer mogen we de ‘first draft’ van de beleidskaders ontvangen en ik dring aan daar zo snel mogelijk werk van te maken. Tevens wil ik nog verwijzen naar de studie die de provincie Limburg heeft laten maken in een pilootfase van de ruimtebehoefteanalyse. Daaruit bleek dat er geregeld een mismatch vast te stellen is tussen enerzijds de bedrijventerreinen die voorhanden zijn en anderzijds de concrete vraag die er is. Soms stellen we bv. vast dat bedrijventerreinen watergebonden gesitueerd zijn, maar de trafiek daar veel minder is. Als we daar in de toekomst meer gebruik kunnen maken van het verhaal van het tijdelijke ruimtegebruik, kan ook daar een betere invulling komen van dergelijke bedrijventerreinen.”

Hier vindt u de link naar mijn vraag om uitleg en het antwoord van de minister in de commissie leefmilieu van 30 mei 2017: https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissi...