Negatieve tendens houdt aan: kinderopvang daalt, ook in Limburg

Deel: LinkedIn

​Het nieuw decreet Kinderopvang dat op 1 april 2014 in werking is getreden, moest de opvang zowel betaalbaar houden voor de ouders als financieel leefbaar voor de opvangsector.

Ook een eenvormige en goede kwaliteit van kinderopvang en een transparant aanbod en subsidiesysteem waren enkele van de uitdagende doelstellingen.

Uit de eerste cijfers bleek echter al snel dat er meer initiatieven in de kinderopvangsector er de brui aan geven dan dat er nieuwe opstarten. In de provincie Limburg waren er 64 stoppers tegenover 61 starters in de eerste maanden na de inwerkingtreding van het decreet in 2014.

Uit nieuwe cijfers die ik opvroeg aan minister Vandeurzen blijkt helaas dat deze trend zich voortzet. In 2015 waren er niet minder dan 124 stoppers tegenover amper 73 starters. Ook de resultaten van de eerste jaarhelft van 2016 bevestigen deze evolutie: 43 stoppers tegenover 38 starters.

Vlaams Parlementslid Lydia Peeters: “Ondanks de vernieuwingen en de professionalisering in de kinderopvang, stellen we vast dat heel wat kinderopvanginitiatieven stoppen. Hiervoor zijn er verschillende redenen, maar het zijn vooral de financiële onhoudbaarheid en de vele regeltjes die oorzaak zijn van de daling. De doelstellingen van het decreet worden duidelijk niet gerealiseerd.”

Op tien jaar tijd is het aantal onthaalouders globaal gedaald met 25,30%. Bij de zelfstandige onthaalouders bedroeg de daling 55,04% en bij de aangesloten onthaalouders, de grootste groep, bedroeg de daling 22,17%. Een mogelijke actie die de job van onthaalouder aantrekkelijker zou kunnen maken is het invoeren van een werknemersstatuut voor aangesloten onthaalouders. In januari 2015 werd hieromtrent een proefproject opgestart waarin een beperkt aantal onthaalouders, aangesloten bij een organisator gezinsopvang, kon werken als thuiswerkende kinderbegeleider in een werknemersstatuut.

De evaluatie van dit proefproject werd medio 2016 afgerond. Enige voorzichtigheid is geboden met het generaliseren van de bevindingen, maar over het algemeen wordt het werknemersstatuut als positief ervaren door de onthaalouders. Vooral de inkomenszekerheid en het geen verlies lijden als minder kinderen worden opgevangen, worden als heel positief ervaren. Onthaalouders hebben daardoor minder stress en meer rust, wat op zijn beurt de kwaliteit van de opvang versterkt. Ook de betere sociale bescherming wordt aangehaald als reden voor tevredenheid.

Daarom werd recent beslist het proefproject met twee jaar te verlengen. Dit biedt de kans om te remediëren aan een aantal verbeter- en aandachtspunten, maar ook om het proefproject te koppelen aan de lopende strategische visie-oefening gezinsopvang in Vlaanderen. Bovendien kunnen de financiële implicaties van het hanteren van het werknemersstatuut worden meegenomen in de verdere evaluatie, evenals de fiscale effecten. Ten slotte biedt de verlenging de kans om af te stemmen met de Franse Gemeenschap, die vanaf 1 januari 2017 eveneens een proefproject opstart.

Lydia Peeters besluit: “Vanaf 2020 zou elk gezin met behoefte aan kinderopvang binnen een redelijke termijn en binnen een redelijke afstand een kwaliteitsvolle en betaalbare opvangplaats krijgen. We hopen uiteraard dat dit lukt, want kinderopvang is goed voor kinderen en hun ouders. Onze partij heeft echter van in het begin kritische bedenkingen gemaakt over de bijkomende kosten en regeltjes voor de opvangsector. In de commissie welzijn van 25 oktober kwam deze problematiek ook ter sprake. Minister Vandeurzen geeft aan te werken aan bijsturingen en een nieuwe toekomstvisie op de gezinsopvang uit te werken. We hopen op korte termijn resultaten te zien die het tij kunnen keren.”