Op woensdag 25 februari was er een actualiteitsdebat in het Vlaams Parlement rond de besparingen bij De Lijn. De Vlaamse Regering heeft immers beslist dat De Lijn 35,5 miljoen euro moet besparen in 2026 en dat daartoe dient gesnoeid te worden in het vervoersaanbod, zowel het kernnet, het aanvullend net als het vervoer op maat. Deze besparing moet rond zijn voor juni van dit jaar.
Concreet voor onze provincie betekent dit een besparing van 15,4% oftewel een bedrag van 5,6 miljoen euro minder (initieel budget 112.331.561 euro, bijgesteld budget 106.900.315 euro).
De vervoerregioraden die vooraf heel wat werk gestoken hadden in het tot stand komen van de openbare vervoersplannen worden nu zonder meer voor voldongen feiten geplaatst en zijn uiteraard not amused.
Op de vraag van Anders. om deze besparingen on hold te zetten en terug naar de tekentafel te gaan, wilde Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder niet ingaan. Dat de minister daarmee zonder meer de bestaande overeenkomst tussen de Vlaamse regering en De Lijn, namelijk het Openbaar Dienstencontract dat in voege ging in 2023 en loopt tot december 2027, flagrant miskent, is klaarblijkelijk niet belangrijk voor deze regering.
"Afspraken moeten worden nagekomen. Als je het openbaar vervoer wil optimaliseren en basisbereikbaarheid wil laten slagen, dan breek je niet in op bestaande overeenkomsten en kom je je beloftes inzake groeipad van werkingskosten en investeringsmiddelen na", aldus Lydia Peeters.
Met Anders. legden we dan ook een motie op tafel om te zorgen voor duidelijkheid en stabiliteit. Zie: Motie 715 (2025-2026) nr.1 | Vlaams Parlement
Delen op