Op 25 februari boog het Vlaams parlement zich over een ontwerp van decreet tot wijziging van het Bodemdecreet. Met dit decreet poogt de Vlaamse Regering om in de PFAS saga tot een oplossing te komen door in het Bodemdecreet in te schrijven dat in de toekomst de regering bindende waarden kan bepalen rekening houdend met wetenschappelijk-technische mogelijkheden en socio-economische overwegingen. Het decreet bulkt evenwel van onduidelijkheid en begeeft zich op drijfzand.
Nieuwe types verontreiniging, zoals PFAS, stellen het beleid voor uitdagingen, waarover men bij de opmaak van het oorspronkelijke Bodemdecreet nog niet had kunnen nadenken. Daarom kiest de regering ervoor het decreet aan te passen, om zo onder meer een einde te stellen aan de onduidelijkheid en rechtsonzekerheid en te streven naar een effectieve en uitvoerbare omgang met een sanering van PFAS-verontreiniging.
Een nobel doel want rechtszekerheid en duidelijkheid dringen zich op. Maar of dit met dit wijzigingsdecreet ook effectief zo zal zijn, is maar de vraag. De voorgestelde oplossing bevindt zich volgens Lydia Peeters (Anders.) op juridisch drijfzand. Ze wijst hiervoor op drie elementen: het ontbreken van een plan-mer voor dit decreet, de potentiële schending van het standstill beginsel conform artikel 23 van de Grondwet en het gebrek aan uniformiteit van de milieukwaliteitsnormen (o.a. inzake de Kaderrichtlijn Water). Voor Anders. biedt dit decreet dan ook geen oplossing en al zeker niet meer rechtszekerheid.
Ook de adviezen van de adviesraden Minaraad en SERV en de RVS zijn vernietigend en kondigen een volgend juridische knoop aan. En dat is het laatste wat de bouwsector op dit moment kan gebruiken.
"Deze decretale oplossing bevindt zich wederom op juridisch drijfzand. Het is tijd om de kern van het probleem aan te pakken en te komen tot een duidelijke en robuuste regelgeving. Dit betekent dat de regering dringend werk moet maken van de adviezen van de Gemengde Commissie vergunningen en in dit kader meer bepaald het advies over de verduidelijking van artikel 23 van de Grondwet. Dit zou alleszins ook zeker in het grondverzet soelaas bieden", aldus Lydia Peeters.
Concreet suggereert de commissie in advies 32 om de juridische draagwijdte van artikel 23 van de Grondwet te verduidelijken. Hun voorstel komt er op neer aan te geven dat het volledig aan de wet- en decreetgever wordt overgelaten om de in het artikel vermelde grondrechten te realiseren en te concretiseren, zonder dat dit neerkomt op een “stand still”. Dit zou volgens Peeters alleszins ook zeker in het grondverzet soelaas bieden.
Zie: Ontwerp van decreet 604 (2025-2026) nr.1 | Vlaams Parlement
Delen op