Onderzoek naar oplossing 'Historisch passief' gaat verder

Deel: LinkedIn

In de commissie leefmilieu van 12 juni 2018 vroeg Lydia Peeters aan minister Schauvliege een stand van zaken omtrent de mogelijke oplossingen voor het historisch passief.

Eind juni 2017 werd hierover een studie opgeleverd. Nadien bleef het ietwat stil rond het vervolgtraject.

Wat is het historisch passief?

Aan de ene kant gaat het historisch passief over niet-herstelde stedenbouwschendingen waarbij de publieke herstelvordering is verjaard. De verjaring is dus opgetreden, en toch is de inbreuk niet hersteld. Deze schendingen hebben zich kunnen voordoen vanaf de inwerkingtreding van de Stedenbouwwet van 1962 en werden in de loop der jaren vastgesteld door de politie, de gemeenten, de provincies en de inspectie. Tegen die schendingen is wel opgetreden, maar ze zijn verjaard. Daarnaast zijn er schendingen die nooit zijn vastgesteld. Men heeft ze nooit gezien, en daardoor zijn ze er in de praktijk. Het is dan ook niet mogelijk om uitspraken te doen over om hoeveel gevallen het gaat, want we kennen ze niet allemaal.

Het historisch passief heeft ook een aantal geheimen die we niet kennen. Het opzet van de studie was trouwens ook niet om alles te inventariseren. Dat is ook niet mogelijk. De studie heeft wel vijf gemeenten geselecteerd met vijf verschillende profielen. Op basis daarvan werden steekproeven gedaan. De studie beoogde tot oplossingsgerichte voorstellen te komen aan de hand van studiewerk dat is gebeurd in de vijf geselecteerde gemeenten.

Minister voorstander bijzondere regularisatievergunning

De studie bevat finaal twee oplossingsvoorstellen die een statuut geven aan historisch-passiefgoederen: het legaliteitsattest en de bijzondere regularisatievergunning. Het essentiële verschil tussen beide is dat bij de bijzondere regularisatievergunning er wel een toetsing gebeurt aan een goede ruimtelijke ordening. Bij het legaliteitsattest geeft men onmiddellijk een attest zonder te kijken naar het effect op de omgeving en op de goede ruimtelijk ordening.

Een statuut dat ongevoelig is voor de ruimtelijke weerslag van een stedenbouwschending is vanuit de behartiging van het algemeen belang en de zorg voor een goede ruimtelijke ordening volgens de minister niet wenselijk. Wat haar betreft moet in het beleid boven alles het algemeen belang primeren. Minister Schauvliege is dan ook voorstander van een instrument dat een bepaald statuut verleent, mits een voorafgaande ruimtelijke omgevingstoets. Daarom verdient de bijzondere regularisatie de voorkeur en heeft de minister haar diensten de opdracht gegeven om deze piste verder uit te werken.

Snel werk maken van oplossing

Lydia begrijpt de beweegredenen van de minister, maar toch rijst de vraag of we iets dat al jarenlang wordt gedoogd en waar geen herstelvordering meer voor loopt, nog in een omslachtige procedure moeten steken. “Een alternatief is dat gedoogbeleid rechtszekerheid en een toekomstperspectief geven door er een statuut aan te koppelen. Voor beide mogelijke elementen valt iets te zeggen. Het legaliteitsattest zal sneller, vlotter en met minder administratieve overlast verlopen. Met de bijzondere regularisatievergunning heeft men een ruimere toetsing met het algemeen ruimtelijk beleid. Als het daar niet in zou passen, zou men sowieso niet zo lang een gedoogbeleid hebben gevoerd.

In die zin is het belangrijk dat er in de toekomst zo snel mogelijk werk van wordt gemaakt. We zijn allemaal vragende partij voor een daadkrachtig historisch-passiefbeleid. We kijken dus zeker uit naar de voorstellen die daaromtrent verder worden uitgewerkt”, besluit Peeters.