Uit recente signalen blijkt dat aardappeloverschotten niet ingezet kunnen worden in innovatieve toepassingen zoals insectenkweek, ondanks het grote potentieel daarvan. Nochtans tonen onderzoekers aan dat aardappelresten perfect kunnen dienen als voeder voor meelwormen binnen een circulaire bio-economie. Voor Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.) is dit een zoveelste bewijs van overdadige regels: “We laten kansen liggen omdat regels innovatie verstikken. Dat is nefast voor onze landbouw én onze economie.”
De problematiek van landbouwoverschotten is niet nieuw. Wanneer grote volumes producten moeilijk hun weg vinden naar de markt, wordt pijnlijk duidelijk hoe beperkt de flexibiliteit is om snel alternatieve afzetkanalen te ontwikkelen. Nochtans zijn er vandaag innovatieve oplossingen voorhanden die perfect inspelen op die uitdaging.
Eén van die oplossingen is het gebruik van aardappeloverschotten in insectenkweek. Onderzoekers wijzen erop dat gefermenteerde aardappelresten bijzonder geschikt zijn als voeding voor meelwormen. Die insecten kunnen op hun beurt verwerkt worden tot onder meer olie en andere waardevolle grondstoffen. Het is een schoolvoorbeeld van hoe circulaire economie en landbouw elkaar kunnen versterken.
Toch blijft deze piste vandaag grotendeels onbenut. Niet omdat de technologie ontbreekt, maar omdat ondernemers botsen op een kluwen van complexe en achterhaalde regelgeving. Dat maakt het bijzonder moeilijk om dergelijke initiatieven op te schalen of economisch rendabel te maken.
De impact daarvan is groot. Landbouwers blijven zitten met overschotten, terwijl innovatieve ondernemers geen ruimte krijgen om oplossingen uit te werken. Dat betekent gemiste economische kansen, minder duurzaamheid en vooral frustratie bij wie wél wil ondernemen en vernieuwen.
Voor Lydia Peeters is dit opnieuw een illustratie van een overheid die ondernemers verstikt in regels - die zelfs vaak nog strenger zijn dan wat Europa oplegt - in plaats van kansen te creëren. Ze pleit daarom voor een grondige doorlichting van de regelgeving rond insectenkweek en het gebruik van reststromen. Ze heeft daartoe een voorstel van resolutie ingediend om elke minister aan te zetten een inventaris op te maken waar er aan ‘gold plating’ wordt gedaan. Eens die taak gerealiseerd, moet er een plan van aanpak komen om onze regelgeving te nivelleren op Europees niveau. Vlaanderen moet in de regel niet strenger zijn dan Europa van ons vraagt. Dat geldt in het algemeen, maar zeker voor de landbouw.
“We moeten in kaart brengen waar Vlaanderen strenger is dan Europees wordt gevraagd. Daarna moet er werk gemaakt worden van het schrappen van overbodige en nodeloos strenge regels. Vandaag verwachten we van landbouwers dat ze innoveren en oplossingen zoeken, maar worden ze ontmoedigd door een overheid die vaak verwacht dat ze aan strengere regels dan hun Europese collega’s voldoen. Zo maken we innoveren en ondernemen in Vlaanderen nodeloos moeilijk. Minder regels, meer kansen: alleen zo zorgen we ervoor dat innovatie loont en onze landbouw opnieuw toekomst krijgt,” zo besluit Lydia Peeters.
Het volledige verslag van de vraag kan je hier bekijken.
Delen op