Peeters verdedigt ruimtelijke en economische belangen provincie

Deel: LinkedIn

​In de commissie leefmilieu van 24 april stelde Lydia Peeters een vraag om uitleg over de bedenkingen die VOKA Limburg recent heeft geuit over de lopende ruimtelijke beleidsplanning.

VOKA Limburg vreest dat de focus op de Vlaamse Ruit van Limburg en West-Vlaanderen een ‘hinterland’ maakt en nefast is voor de ontwikkelingen in die regio’s.

Van RSV naar BRV

We keren opnieuw terug naar 30 november 2016, de dag dat het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) werd goedgekeurd. Dit plan zal op korte termijn het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) vervangen en voor de komende decennia de lijnen uitzetten voor de ruimtelijke ontwikkeling in Vlaanderen. Dit witboek BRV moet weldra in een BRV resulteren.

VITO-studie knooppuntwaarde en voorzieningen

In de studie ‘Ontwikkelingskansen op basis van knooppuntwaarde en nabijheid voorzieningen’ van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) wordt onder andere de knooppuntwaarde bepaald van de locaties die in de toekomst best nog worden ontwikkeld. De focus ligt dan op de ligging van het collectief vervoer, de spoor-, bus- en tramhaltes, en op de nabijheid van het voorzieningenaanbod. Delen van Vlaanderen, waaronder Limburg en West-Vlaanderen, worden hierdoor benadeeld door het gebrek aan voorzieningen, mede door een jarenlange stiefmoederlijke behandeling. Een hekel punt dat Vlaams Parlementslid Lydia Peeters al talloze keren heeft aangekaart.

VOKA vindt eveneens dat het witboek BRV te veel focust op de Vlaamse Ruit en dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de demografische groei. Limburg heeft vooral een jongere bevolking met iets minder nood aan zorgvoorzieningen. Men is dan ook bezorgd dat Limburg wegens de lagere knooppuntwaarde in de toekomst minder mogelijkheden zal hebben om de veroudering op te vangen.

Nieuwe VITO-studie Limburg

Inmiddels werd ook kennisgenomen van een nieuwe, bijkomende studie van VITO die door de bestendige deputatie van de provincie Limburg is besteld, aldus Lydia Peeters. De afwezigheid van een tram zorgt voor een enorm nefaste en nadelige situatie. De bestendige deputatie stelt echter ook dat enkel rekening is gehouden met de A-bushaltes. Het is nefast de ontwikkelingen in Limburg hieraan te koppelen. Ze stellen dan ook voor rekening te houden met de B-haltes en met de geactualiseerde dienstregelingen. Dat zou een verdubbeling van de oppervlakte van de toekomstige ontwikkelingen met zich meebrengen, zegt Peeters. Tegelijkertijd wordt ook voorgesteld het Spartacusscenario hierin op te nemen.

Toekomst van provincies niet hypothekeren

Minister Schauvliege stelde opnieuw dat er zeker geen grote bedreiging voor Limburg of West-Vlaanderen is en men niet de toekomst van deze of andere provincies wilt hypothekeren. Wat men wel wilt, is een kwalitatief ruimtezuinig beleid, overal in Vlaanderen. Men wil de open ruimte beschermen, door te verdichten, maar ook door te investeren in groenblauwe dooradering en de vermenging van functies. Ook inzake industrie, tewerkstelling en infrastructuur wordt er geen beleid voorgespiegeld alleen op maat van de Vlaamse Ruit. Het Albertkanaal is de belangrijkste duurzame vrachtroute van het land. De acties die vandaag lopen, bijvoorbeeld rond het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA), gaan gewoon voort. De ontwikkelingen in Limburg, net als in de rest van Vlaanderen, worden ook verder ondersteund, aldus de minister.

Ruimtelijke ruggengraat

Belangrijk is dat het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen net komaf wil maken met het concept van de Vlaamse Ruit en daarentegen spreekt over een ruimtelijke ruggengraat, vervolgt de minister. In tegenstelling tot de Vlaamse Ruit, die inderdaad de indruk wekt dat bepaalde provincies niet meer zouden kunnen ontwikkelen, vertrekt de ruimtelijke ruggengraat van onze steden in Vlaanderen en van de internationale en dus ook grensoverschrijdende verbindingen. Steden als Brugge, Kortrijk, Hasselt en Genk komen zo veel duidelijker naar voren als onderdeel van een internationaal verknoopt ruimtelijke ruggengraat.

De minister volgt tevens de redenering van VOKA Limburg dat ruimtelijk-economische ontwikkeling niet stopt aan de landsgrenzen. Dat staat ook niet in het BRV. Met een ruimtelijke visie voor de logistieke sector inzake internationaal logistieke knooppunten en regionaal logistieke infrastructuur, willen we net een meerwaarde creëren voor de regio's waarin die knooppunten zich bevinden. Voor de logistieke sector, door knooppunten ook een betere horizontale of verticale integratie te gaan bewerkstelligen, maar ook voor het klimaat en de verkeersveiligheid, omdat we het multimodale beter kunnen realiseren. Elke Vlaamse provincie heeft trouwens sterke banden met regio's over de gewest- en landsgrenzen. De ruggengraatfilosofie stelt dit expliciet en brengt dit ook in beeld.

Wat in het bijzonder de VITO-studie betreft, heb ik altijd gesteld dat het een momentopname is die een bepaald beeld geeft, aldus de minister. VITO herbekijkt op dit moment haar studie, uitgaande van de realisatie van het Spartacusproject. Het realiseren van missing links in openbaar vervoer en het investeren in openbaar vervoer kunnen uiteraard ook de knooppuntwaarde van bepaalde locaties ten goede komen, stelt de minister.

Rekening houden met andere elementen en technologische ontwikkelingen

Het is goed dat VITO zelf op dit ogenblik haar studie herbekijkt, zegt Peeters. We staan allemaal achter de principes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, maar de studie van knooppunten en voorzieningen is niet zaligmakend en moet sowieso ten gepaste tijden worden opgewaardeerd. Ook andere elementen kunnen doorspelen, zoals de rioleringsgraad. We moeten daar alleszins waakzaam voor blijven. Ik vind het zeer belangrijk dat we blijven focussen op die grensoverschrijdende ontwikkelingen en tevens aandacht hebben voor de fietssnelwegen. In het groene Limburg moeten we daar zeer veel op inzetten. Tegelijk denk ik dat we moeten blijven hameren op het verhaal van de technologische ontwikkelingen, besluit Peeters.