Ruim 200 reacties in het kader van de procedure Complex project Op de Berg

Deel: LinkedIn

De Vlaamse regering heeft op 14 oktober 2016 de startbeslissing genomen om een proces op te starten om de uitdoving van het bedrijventerrein Op de Berg te onderzoeken.

Het industrieterrein Op de Berg is een gebied van 62ha groot, telt een 19-tal bedrijven, en werd bestendigd door het gewestplan Limburg Maasland in 1980. In 2002 duidde het Masterplan NPHK het industrieterrein aan als een enclave in het NPHK en werd het uitdoven van het industrieterrein opgenomen. Om dit te realiseren werd de procedure opgestart van Complexe Projecten.

Kostenplaatje: eerste raming 120 mio euro

De omzetting van een bedrijventerrein naar natuurgebied betekent een serieus kostenplaatje gezien de aanwezige bedrijven uiteraard dienen vergoed te worden.Uit een recente schriftelijke vraag van Lydia Peeters aan Minister Schauvliege blijkt dat er een eerste ruwe raming is gemaakt voor het uitdoven van het bedrijventerrein.Deze eerste raming komt neer op een bedrag van 120 mio euro en is gebaseerd op een waardering van de grondeigendommen, de opstallen en de bedrijfsvoering. Deze schatting is exclusief de overige kosten zoals de saneringskosten,de studie- en proceskosten en kosten voor landschapsherstel.

Onderzoeksfase

In september 2017 startte de onderzoeksfase.In deze onderzoeksfase werden verschillende alternatieven onderzocht die voor het uitdoven van het bedrijventerrein mogelijk zijn. Dit onderzoek resulteerde in een ‘alternatieven onderzoeksnota’. Hierin werd gesteld dat grind- en/of zandwinning in het gebied maar ook in de omgeving het project kan helpen te financieren. De stuurgroep die het complex project begeleidt, heeft 5 alternatieven weerhouden om verder te onderzoeken.

Het gaat om volgende 5 alternatieven (met oppervlakte van de ontginningsgebieden):

  1. Geen ontginning
  2. Ontginning van enkel grind, enkel binnen de grenzen van de site (62 ha)
  3. Ontginning van enkel grind, binnen en buiten de grenzen van de site (193,55 ha)
  4. Ontginning van grind en zand, zowel binnen als grenzen van de site als erbuiten, in de nabije omgeving van de site (259,40 ha)
  5. Ontginning van grind en zand, zowel binnen als grenzen van de site als erbuiten, in de ruime omgeving van de site (276,52 ha)

In de opties om buiten de grenzen te gaan ontginnen zijn een aantal percelen aangeduid op grondgebied Dilsen-Stokkem, meer bepaald in de onmiddellijke omgeving langs de woonwijk Nieuw Homo, en ten noorden en ten zuiden van de Hoeveweg. Deze gebieden zijn momenteel al ingekleurd als natuurgebied. Dit natuurgebied binnen het NPHK ontginnen lijkt absurd, maar is nu wel als voorstel weerhouden.Het Schepencollege van Dilsen-Stokkem tekende al op 13 april 2018 bezwaar aan tegen dit voorstel.“Wij zijn immers van mening dat dit niet als een redelijk scenario kan beschouwd worden: het ontgrinden van een bestaand natuurgebied om de opheffing van een industrieterrein te kunnen financieren strookt totaal niet met de initiële doelstelling (omzetting van een industrieterrein naar een natuurgebied)” aldus Lydia Peeters.“Daarnaast zou een ontginning ook voor een langere periode hinder veroorzaken voor de bewoners van de wijk. Het brengt bovendien de belevingswaarde van het recent aangelegde fietspad Hoeveweg en het NPHK in het gedrang.”

Publieke raadpleging

Rond deze ‘alternatievenonderzoeksnota’liep een publieke raadpleging van 25 mei tot 23 juni. Tevens werd er op 5 juni 2018 een infomoment georganiseerd voor de bedrijven en omwonenden.

Uit een antwoord op een schriftelijke vraag aan minister Schauvliege blijkt dat zij tot 18 juni 15 reacties ontving. 7 rechtstreeks op het infomoment en 8 via email.

Het dossier lag ook ter inzage van de drie gemeenten Maasmechelen, As en Dilsen-Stokkem. In Dilsen-Stokkem ontvingen we in totaal 178 opmerkingen. Uit deze opmerkingen blijkt dat er weinig draagvlak is voor de alternatieven die betrekking hebben op zand en grindwinning.

Ook het schepencollege heeft een formeel bezwaar ingediend tegen de alternatieven 2 t/m 5. Het schepencollege trekt hier volop de kaart van natuur. “Een ontginning van het gebied, zowel binnen als buiten de site (een site met een oppervlakte van 193,55 ha), zal 20 jaar lang een verstoring van de natuur betekenen.Ontginnen betekent bovendien extra enclaves creëren in het NPHK en dit kan niet de bedoeling zijn”, aldus Lydia Peeters.

Verzoenbaarheid met het BRV

De Vlaamse regering heeft op 30 november 2016 een Witboek BRV goedgekeurd. Op 20 juli 2018 heeft de Vlaamse regering goedkeuring gehecht aan de strategische visie van het BRV. Sd1 beoogt het bijkomend ruimtebeslag te verminderen.

Zand- of grindwinning in een bestaand natuurgebied, met een oppervlakte van 193,55ha, 259,40ha of 276,52ha(respectievelijk scenario 3, 4 of 5 in de alternatieven onderzoeksnota) lijkt moeilijk verzoenbaar met deze Sd 1 en betekent in tegendeel een toename van hetruimtebeslag.Ook de in het BRV opgenomen ontwikkelingsprincipes rond ‘vrijwaren en versterken van een ruimtelijk samenhangende openruimte structuur voor landbouw, natuur en bos en water’ zijn moeilijk verzoenbaar met zand- en grindwinning in bestaande natuurgebieden binnen de perimeter van het NPHK.

Een gebied van ruim 200 ha ontginnen, zal 20 jaar lang een verstoring van de natuur betekenen.Ontginnen van natuurgebied betekent bovendien extra enclaves creëren in het NPHK en dit kan niet de bedoeling zijn, zo besluit Lydia Peeters.