Vaststelling archeologische zones heeft impact op vergunningenbeleid

Deel: LinkedIn

Recent werden 14 Limburgse archeologische zones definitief vastgesteld. De impact op bouw- of verkavelingsvergunningen voor percelen gelegen in deze zones, is niet gering.

Op de website Onroerend Erfgoed kunnen we lezen dat 58 historische kernen werden opgenomen in de definitief vastgestelde inventaris van archeologische zones. Minister-president Geert Bourgeois, bevoegd voor onroerend erfgoed, ondertekende deze besluiten op 19 februari 2016. 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad zijn ze definitief.

Voor de provincie Limburg gaat het om 14 historische kernen die opgenomen zijn in de inventaris. Zo werd bijvoorbeeld heel het stadscentrum van Hasselt opgenomen als archeologische zone. Ook de historische kernen van Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Halen, Hamont, Herk de Stad, Maaseik, Oud Rekem, Peer Sint-Truiden, Stokkem en Tongeren zijn thans een archeologische zone. Een opname in de inventaris van de archeologische zones heeft uiteraard ook rechtsgevolgen voor de percelen gelegen in deze zone. Deze rechtsgevolgen gaan in voege per 1 juni 2016.

Een opname houdt in dat bij toekomstige stedenbouwkundige vergunningen of bij verkavelingsvergunningen (voor percelen geheel of gedeeltelijk gelegen in deze zone en met een oppervlakte van 300m²), er telkens voorafgaand aan de vergunningsaanvraag, er eerst een bekrachtigde archeologienota dient opgemaakt door een erkend archeoloog. In deze nota zal beschreven worden of er al dan niet opgravingen worden opgelegd. Dit zal alleszins een serieuze vertraging betekenen van een bouw- of verkavelingsprocedure, en van bouwprojecten tout court. Ook de kosten zullen oplopen, zowel voor de archeologienota als voor de eventuele opgravingen. Komt daarbij dat er momenteel nog te weinig erkende archeologen werden aangeduid, die deze taken kunnen waarnemen.

In antwoord op mijn eerdere vragen stelde de Minister-President dat in het kader van het openbaar onderzoek (waarbij geen eigenaars werden aangeschreven), 15 ontvankelijke bezwaren werden ingediend op de 58 archeologische zones. De bezwaren werden ingediend door lokale besturen, een gecoro en een particulier. Slechts 2 bezwaren werden weerhouden.

Bijna een maand na het besluit van 19 februari, meer bepaald per schrijven van 16 maart, werden lokale besturen in kennis gesteld van de goedkeuring van de inventaris archeologische zones. In dit schrijven stond echter verkeerdelijk vermeld dat alle rechtgevolgen in voege zouden gaan binnen 10 dagen na publicatie (31 maart 2016). De Minister-President gaf toe dat dit een fout was en verzocht het agentschap onroerend erfgoed de juiste informatie opnieuw te bezorgen.

Naar mijn vraag hoe eigenaars van percelen in kennis worden gesteld van de opname van hun kavel in de inventaris archeologische zones, verwees Minister-President Bourgeois enkel naar het Belgisch Staatsblad.

Vele bouwheren zullen dus pas in kennis gesteld worden wanneer ze met hun bouwplannen naar de lokale administraties gaan.

In deze deel ik de mening van de strategische adviesraad ruimtelijke ordening (SARO) dat de wijze waarop deze inventaris is tot stand gekomen, van die aard is dat er voor burgers geen rechtsgevolgen aan gekoppeld mogen worden. In antwoord op mijn bekommernis dat deze inventaris bovendien zal zorgen voor vertraging in investeringen en bouwprojecten en bovendien ongelijkheid creëert in bouwprocedures, stelde de minister van erfgoed zonder meer dat het volgens hem sneller zal gaan.

Evenwel moet men als bouwheer van een kavel van 3 are binnen een archeologische zone, straks eerst een archeologiestudie laten opmaken door een erkend archeoloog, welke dan nog dient bekrachtigd door het agentschap erfgoed. Een naburige bouwheer met een kavel van 2,9 are hoeft dat niet, ofschoon daar soortgelijk erfgoed in de ondergrond kan zitten. In de archeologienota worden bovendien de maatregelen bepaald waaraan een bouwheer zich dient te houden. Deze maatregelen (opgraving of bijkomend onderzoek) worden verplichtend opgenomen in de bouwvergunning.

Mijns inziens zal dit toch een impact hebben op de bouwsector en de termijn waarbinnen projecten kunnen gerealiseerd. De Minister-President gaf enkel aan dat dit eind 2017 zal geëvalueerd worden. Wordt ongetwijfeld vervolgd.


Lydia Peeters

Burgemeester Dilsen-Stokkem - Vlaams Parlementslid