Adviesinstanties mogen vergunningen niet blokkeren op basis van beleidsintenties die nog niet in bindende regelgeving zijn omgezet. Dat bevestigt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns in zijn antwoord op vragen van Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.). Peeters kaart al langer aan dat adviezen van onder meer het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), ook wanneer ze niet-bindend zijn, in de praktijk zwaar kunnen doorwegen bij een weigering of aanleiding geven tot beroepsprocedures. Nu de Vlaamse Regering het beroepsrecht van adviesinstanties wil hervormen, vraagt Peeters garanties dat die hervorming ook daadwerkelijk tot minder procedures en meer rechtszekerheid leidt. “Een advies moet opnieuw zijn wat het woord zegt: een advies. Adviesinstanties moeten hun expertise inzetten om oplossingen aan te reiken en dossiers juridisch robuust te maken, niet om via beleidsmatige criteria nieuwe hindernissen op te werpen,” zegt Peeters.
Uit cijfers die Lydia Peeters in het voorjaar (zie schriftelijke vraag van 8 januari jl.) bij de minister opvroeg verleende ANB in 2024 en 2025 samen 8.816 adviezen, waarvan 1.292 ongunstig. ANB ging die jaren ook meermaals in beroep tegen vergunningsbeslissingen.
Lydia Peeters pleit al langer voor meer oplossingsgerichte en richtinggevende adviezen en stelde hierover al verschillende vragen aan de minister. Minister Brouns bevestigt in een recent antwoord (zie schriftelijke vraag van 3 april jl.) dat adviezen en beroepen gebaseerd moeten zijn op wettelijke criteria en ecologisch onderbouwd moeten zijn. Een beleidsmatig gewenste ontwikkeling die nog niet in bindende regelgeving is omgezet, kan volgens hem op zichzelf niet doorslaggevend zijn. Dat principe is volgens Lydia Peeters essentieel. De overheid kan burgers niet beoordelen op basis van regels die nog niet bestaan.
De Vlaamse Regering keurde op 29 mei een voorontwerp van decreet goed dat onder meer het beroepsrecht van Vlaamse adviesinstanties hervormt. Een leidend ambtenaar zou alleen nog beroep kunnen instellen wanneer zijn instantie tijdig advies of preadvies heeft gegeven en aan de Omgevingsvergunningscommissie deelnam, of wanneer de instantie ten onrechte niet werd geraadpleegd of uitgenodigd.
Een hervorming heeft alleen zin als ze in de praktijk ook tot minder beroepen en snellere procedures leidt. Daarom is het belangrijk om de voorwaarden voor een beroep helder in de regelgeving zelf op te nemen. We mogen geen achterpoort openlaten waardoor beleidsprioriteiten, interne richtlijnen of andere soft law alsnog een zelfstandige reden worden om een vergunning aan te vechten.
Hetzelfde geldt voor de bestaande interne beroepenkaders van adviesinstanties waarin naast juridische verplichtingen ook beleidsmatige prioriteiten een rol spelen bij de beslissing om al dan niet beroep in te stellen. Peeters wil duidelijkheid over de toekomst van die beroepenkaders: blijven ze na de hervorming bestaan, worden ze openbaar en kunnen ze nog mee bepalen wanneer een administratie in beroep gaat?
“Wie wil bouwen of ondernemen, heeft nood aan duidelijke regels en rechtszekerheid. Adviesinstanties hebben veel expertise: laat hen die gebruiken om problemen tijdig te benoemen en oplossingen aan te reiken. Een niet-bindend advies mag geen verkapte weigering worden, soft law geen verborgen regelgeving en een beroep geen automatische volgende stap. Als we vergunningen echt sneller en robuuster willen maken, moet de regering die principes nu ook hard in de regelgeving verankeren,” besluit Peeters.
Lees ook: Anders. wil vlottere vergunningen: “Maak van adviezen weer gewoon adviezen” - Lydia Peeters
Delen op