Vragen bij de omzendbrief en de handleiding ruimtelijke transitie

Deel: LinkedIn

In de commissie leefmilieu van 19 september stelde Lydia een vraag om uitleg aan minister Schauvliege over de omzendbrief ruimtelijke transitie en de handleiding die ter verduidelijking van de omzendbrief ter beschikking zou worden gesteld.

Op 7 juli 2017 werd een nieuwe omzendbrief uitgebracht met als titel een ‘gedifferentieerd ruimtelijk transformatiebeleid in de bebouwde en onbebouwde gebieden’ (omzendbrief RO2017/01). De omzendbrief wordt omschreven als “Principes van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen verduidelijkt aan vergunningverleners”

Deze omzendbrief is gericht aan het departement Omgeving, aan de provincies en aan alle gemeenten. De minister maakt in de omzendbrief een onderscheid tussen de ‘bebouwde ruimte’ en de nog ‘onbebouwde ruimte’.

Een bebouwd gebied is een samenhangend geheel van gebouwen voor wonen, werken en infrastructuren, met een hoge leefkwaliteit en vlotte aansluitbaarheid op maatschappelijke functies. ‘Bebouwd gebied’ bestaat uiteraard in de stad, maar evenzeer in de dorpskernen in landelijke omgevingen.

Alle andere gebieden worden gecategoriseerd als “onbebouwd gebied”. “Geïsoleerde, versnipperde of uitwaaierende bebouwingsvormen die geen compact of samenhangend geheel uitmaken, verhinderen niet dat het gebied waarin deze gelegen zijn, als onbebouwd of gedefinieerd kunnen worden”, zo lezen we in de omzendbrief. Met anderen woorden ook percelen met bestemming wonen, industrie of recreatie, kunnen gelegen zijn in “onbebouwd gebied”, zelfs als er bebouwing is.

Bij de beoordeling van een nieuwe ontwikkeling voor bijkomende woon- of werkfuncties in een onbebouwd gebied gelden nieuwe specifieke regels zoals de opmaak van een behoefte- of voorzieningenstudies.

Lydia stelt zich diverse bedenkingen bij de nieuwe richtlijnen, de gebruikte definities en de wettelijkheid van deze omzendbrief. Ook de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB), Voka, De Vereniging van de landelijke eigenaars en diverse specialisten stellen zich vragen bij de wettelijkheid van deze omzendbrief, zo blijkt uit tal van persberichten. Ook gemeentebesturen krijgen veel oproepen van bezorgde inwoners.

In de laatste nieuwsbrief van het VVSG Ronet dd. 22 augustus 2017 lezen we hierover: Recentelijk verscheen een omzendbrief die duidelijk moet maken hoe de diverse overheden toekomstige projecten best beoordelen met het oog op het verhogen van het ruimtelijk rendement, oftewel verdichting. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen bebouwde en onbebouwde gebieden. In de bebouwde gebieden wordt een hoger rendement ondersteund, terwijl een hoger rendement in de onbebouwde gebieden wordt afgeremd. De mate waarin is afhankelijk van de concrete context. De VVSG had inmiddels een gesprek met de Vlaamse overheid omdat de omzendbrief wel wat vragen oproept. ‘Hoe maak je een onderscheid tussen het bebouwd en onbebouwd gebied?’ bijvoorbeeld, en ‘hoe ziet de behoeftestudie eruit?’. De Vlaamse overheid gaf aan dat in het najaar de omzendbrief verduidelijkt zal worden aan de hand van een handleiding.

"In dat kader had ik heel wat vragen aan de minister die in de commissie leefmilieu van 19 september aan bod kwamen", aldus Lydia. De Minister repliceerde dat woongebied alleszins woongebied blijft en industrieterrein blijft eveneens onaangeroerd. Ter verduidelijking van de omzendbrief zouden er op de website concrete casussen gepubliceerd worden. Het feit dat de omzendbrief verduidelijkt moet worden toont op zich al aan dat deze erg onduidelijk is. De Minister liet alleszins een kleine opening om aanpassingen door te voeren inzake de omschrijving van 'onbebouwd gebied'.

"Hopelijk houdt ze woord en brengt dit straks soelaas en meer rechtszekerheid", besluit Lydia Peeters. "Onze fractie staat achter de principes van het witboek BRV en de klimaatresolutie, maar ook de bescherming van de eigendomsrechten is voor ons van zeer groot belang."

Het volledige verslag vindt u op https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissi...