De Verenigde Naties hebben 2026 uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Vrouwelijke Landbouwer. Uit recente cijfers blijkt dat in Vlaanderen 21% van de landbouwbedrijven wordt geleid door een vrouw, met sterke stijgingen bij starters en investeringssteun. In Limburg is dit 20,3% met in totaal 760 vrouwelijke zaakvoerders. Tegelijk blijven veel vrouwen op landbouwbedrijven onzichtbaar in de cijfers en juridisch kwetsbaar in hun statuut. Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.) diende in de aanloop naar Internationale Vrouwendag een voorstel in om vrouwelijk ondernemerschap in de land- en tuinbouw actief te stimuleren en structurele drempels weg te werken: “Wie vandaag mee het bedrijf draagt, verdient morgen ook het leiderschap”.
Vlaamse landbouwbedrijven staan onder zware druk. Ze worden geconfronteerd met stijgende kosten, complexe regelgeving en onzekerheid over vergunningen en toekomstperspectief. In die uitdagende context dragen vrouwen vandaag een cruciale verantwoordelijkheid op het landbouwbedrijf, vaak in stilte en zonder formele erkenning.
Uit cijfers blijkt dat in 2024 6.183 vrouwelijke zaakvoerders actief waren in de Vlaamse land- en tuinbouw, goed voor 21% van het totaal. Daarnaast zijn er nog duizenden meewerkende partners zonder formele leiderschapspositie. Bij starters is de dynamiek opvallend positief: in 2024 werd 39% van de geselecteerde VLIF-opstart- en overnamedossiers ingediend door vrouwen. Dat toont dat het potentieel groot is, maar ook dat beleid mee het verschil kan maken.
Toch blijven belangrijke lacunes bestaan. Er zijn onvoldoende genderspecifieke cijfers over de totale arbeidsparticipatie van vrouwen op landbouwbedrijven. Vrouwen die actief zijn als meewerkende echtgenoot of feitelijke mede-bedrijfsleider hebben vaak onvoldoende sociale bescherming, beperkte pensioenopbouw en weinig juridische zekerheid. Wie bijdraagt aan de welvaart van het bedrijf, krijgt niet altijd de rechtszekerheid die daarbij hoort.
Bovendien laat de Vlaamse regering kansen liggen om ondernemerschap écht te bevrijden. Terwijl landbouwers, mannen én vrouwen, snakken naar minder regeldrift en meer rechtszekerheid. Vrouwelijk ondernemerschap versterken vraagt geen symboliek, maar structurele hervormingen die ruimte geven om te ondernemen. Zeker naar vrouwen toe is dit een belangrijk aandachtspunt. Ze hebben de knowhow, geef hen dan ook de instrumenten én het vertrouwen om de sprong naar bedrijfsleiderschap te maken. Nu slechts 14 procent van de boeren een vermoedelijke opvolger heeft, zullen vrouwen meer dan ooit het verschil kunnen maken om familiale bedrijven verder te zetten.
Daarom heeft Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.) een voorstel ingediend om vrouwelijk ondernemerschap in landbouw aan te moedigen en dat op drie manieren. Ten eerste: correcte en systematische dataverzameling, zodat de feitelijke bijdrage van vrouwen zichtbaar wordt en beleid onderbouwd kan worden. Ten tweede: het stimuleren van vrouwelijk ondernemerschap en formeel bedrijfsleiderschap, onder meer via gerichte ondersteuning bij overnames, betere toegang tot VLIF-steun en versterking van hun positie in raden van bestuur en adviesorganen. Ten derde: het verbeteren van het sociaal en juridisch statuut van vrouwen op landbouwbedrijven, met meer rechtszekerheid, bescherming en aandacht voor hun mentale weerbaarheid.
Vlaams Parlementslid Lydia Peeters (Anders.): “Vrouwen in de landbouw bewijzen elke dag dat ze niet alleen meewerken, maar mee ondernemen. Dan moet de overheid deze stille krachten niet vastzetten in verouderde statuten maar hen bevrijden en versterken. Het is tijd dat Vlaanderen vrouwelijk ondernemerschap in de landbouw voluit laat ontplooien.”
Voor de resolutie zie: Voorstel van resolutie 711 (2025-2026) nr.1 | Vlaams Parlement
Zie ook: Anders vraagt meer zicht op rol van vrouwen in landbouw | VILT vzw
Delen op