Nieuws

24 mei 2024

Minister Peeters: “De Lijn blijft vervoersplannen bijsturen waar nodig”

Op 6 januari 2024 startte De Lijn de uitrol van fase 2 van het nieuwe netwerk, Hoppin. Deze aanpassing is de grootste netwerkaanpassing in de geschiedenis van De Lijn. 4 maanden na de start heeft De Lijn een kleine 400 aanpassingen doorgevoerd op vraag van klanten en stakeholders.

89 % van het net van De Lijn is aangepast aan de principes van de nieuwe mobiliteitsvisie: duurzamer, efficiënter, vraagvolgend en gecombineerd met andere aanbieders van duurzame mobiliteit. Het nieuwe vervoersplan werd opgesteld en goedgekeurd door de lokale besturen voor hun regio binnen de ​15 vervoerregioraden.

Bij al deze netwerkwijzigingen zijn heel veel stakeholders betrokken: de reizigers, lokale besturen, scholen, ziekenhuizen, maatwerkwerkbedrijven, maar ook de medewerkers bij De Lijn en bij haar onderaannemers.

De Lijn ontving bij de invoering van het nieuwe net klachten, opmerkingen en vragen van de reizigers en stakeholders. Sommige meldingen waren relatief eenvoudig en snel aan te passen. Andere gemelde issues hebben een grote impact op het netwerk, of vergen bijkomende middelen – chauffeurs, voertuigen, financieel - die niet onmiddellijk voorhanden zijn. Deze meldingen vergen dan verder onderzoek en mogelijk extra budget.

“Inmiddels werden over heel Vlaanderen al 383 aanpassingen doorgevoerd. Die aanpassingen variëren van het toevoegen of opnieuw in gebruik nemen van haltes, het verbeteren van aansluitingen, het aanpassen van de reisweg tot het aanpassen van rittijden. Ook werden er heel wat gemelde capaciteitsproblemen aangepakt, door vb. een grotere bus in te zetten of een extra rit”, aldus Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters.

Waar dat geen oplossing was, rijden er sinds 15 april ook touringcars achter zeer druk bezette schoolritten, dit voornamelijk in Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, met budget dat minister Peeters vrijmaakte.

De komende maanden staan er zo nog 79 aanpassingen op de planning.

In 7 vervoerregio’s werd het net al volledig uitgerold: Aalst, Brugge, Kortrijk, Limburg, Midwest, Waasland en Westhoek. Daar veranderde het net dus het meest, en werden ook relatief de meeste aanpassingen doorgevoerd.

Vervoerregio# bijsturingen doorgevoerd# bijsturingen ingepland
Aalst13
Brugge196
Kortrijk242
Limburg*12849
Midwest484
Waasland5
Westhoek386

* In Limburg werden de meeste aanpassingen gedaan, niet alleen omdat het net hier al volledig uitgerold werd op 6/1/24 maar tevens omdat deze Vervoerregio het grootste is van allemaal.

De komende weken worden er nog een aantal extra maatregelen doorgevoerd.

Volgende maatregelen gaan in vanaf 27 mei:

  • Zo komen er een aantal extra scholierenritten op woensdagmiddag op lijn 156 Diest-Tessenderlo-Leopoldsburg.
  • Op lijn 63 komen er 2 bijkomende ochtendritten naar Maastricht tussen Lanaken en Maastricht.

Vanaf 3 juni gaan dan nog volgende maatregelen in:

  • Op de lijnen 21 Hasselt-Landen en 924 Heers – Bettincourt vanuit Sint-Truiden komen er op weekdagen (behalve woensdag) extra scholierenritten na het zevende en achtste lesuur.
  • Vanaf 3 juni rijdt er een pendelbus tussen de ingang van ZOL Sint Barbara naar Lanaken CC op uurfrequentie, waardoor reizigers met bestemming ziekenhuis vanaf centrum Lanaken vlot het ziekenhuis kunnen bereiken. In de spits wordt de frequentie opgehoogd naar halfuur om de verbinding zo optimaal mogelijk te maken. Deze pendelbus staat ook in aansluiting met lijn 66 die de verbinding maakt tussen het ZOL Sint Barbara, Ter Dennen, Rekem OPZC en Rekem Populierenlaan.

Bovendien is er ook een oplossing uitgewerkt voor de vraag om indien nodig tijdelijk versterkingsritten uit te voeren op drukke weekenddagen naar het recreatiedomein van Hofstade.

“Het openbaar vervoer netwerk is een levend gegeven. De start van het nieuwe net op 6 januari was geen eindpunt, maar een beginpunt. Bij dergelijke grote aanpassingen is het noodzakelijk om het net de nodige tijd te geven. Daarnaast heeft De Lijn de opdracht om net zoals de voorbije weken de situatie op het terrein te monitoren en op te volgen. De vervoersmaatschappij moet zo samen met de lokale besturen in de vervoerregio’s, waarmee het nieuwe net is uitgetekend, aan de slag om het netwerk verder te optimaliseren en vraagvolgend te maken. De Lijn gaat op mijn vraag aan de slag met alle meldingen: ze onderzoekt deze en bij een dringende nood of vraag stuurt ze zo snel mogelijk bij”, aldus minister Peeters.

Bepaalde meldingen zijn nog niet ingepland, maar vergen meer onderzoek of moeten in het geheel van het netwerk bekeken worden. Dit zal gebeuren in het kader van de jaarlijkse evaluatie van het nieuwe net die vervolgens besproken en beslist worden in de vervoerregioraden.

Meer nieuws

Graag op de hoogte blijven?

Schrijf u nu in op onze nieuwsbrief